Mijn broertje van 4 leert op school over kleiner en groter, korter en langer. We keken naar onze tenen, want elke teen is net iets kleiner dan die ernaast. Nu vraagt hij zich af: waarom is dat eigenlijk zo?
Bij onze voorouders in de evolutie, de apen en mensapen, zijn de tenen langer en lijkt de voet ook meer op de hand, met een dikke teen die beweeglijk is als een duim. Dit laat hen toe om met hun voeten ook takken te kunnen grijpen. Dat is “handig” als je veel in de bomen moet klimmen.
Maar mensen zijn geëvolueerd tot “tweevoeters” die heel goed kunnen stappen over lange afstanden, en die ook korte afstanden kunnen sprinten op twee benen (terwijl apen hun vier poten gebruiken als ze snel willen lopen).
Die aanpassing tot tweevoetige gang heeft bij ons geleid tot één sterke dikke teen die vooral nuttig is bij het sprinten omdat die veel kracht kan zetten, en daarnaast tot de kleinere tenen die dan weer zeer goed geschikt zijn om te stappen over lange afstanden (mensen kunnen beter over lange afstanden stappen dan apen).
Moesten al onze tenen even lang zijn, dan zou het stappen meer energie kosten. En in de natuur wordt ernaar gestreefd om het lichaam zo goed mogelijk te laten werken met zo weinig mogelijk kosten aan energie.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.