Een MRI-scan kan belangrijke informatie geven die helpt bij het stellen van een waarschijnlijke diagnose van de ziekte van Alzheimer, maar ze kan de aandoening niet met 100% zekerheid vaststellen. Dat kan alleen na het overlijden, door het hersenweefsel rechtstreeks te onderzoeken.
Artsen gebruiken een MRI wel als een van de belangrijkste hulpmiddelen. Op een MRI kunnen bijvoorbeeld tekenen zichtbaar zijn die passen bij alzheimer, zoals een verkleind volume van de hippocampus (een hersengebied dat belangrijk is voor het geheugen). Een MRI helpt ook om andere aandoeningen uit te sluiten, zoals een tumor of een vroegere bloeding.
We kijken nooit alleen naar de scan. De informatie van de MRI wordt altijd gecombineerd met andere onderzoeken:
Door al deze gegevens samen te leggen, kunnen artsen beoordelen of de klachten passen bij de ziekte van Alzheimer of eerder bij een andere oorzaak.
Een vroege diagnose is belangrijk: ze helpt om goede zorg, ondersteuning en eventuele behandelingen tijdig op te starten. Alzheimer is op dit moment nog niet te genezen, maar vroeg ingrijpen kan het verloop vaak vertragen of verzachten.
Wie zich zorgen maakt over geheugenproblemen, neemt het best eerst contact op met de huisarts.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.