Antwoord
Dag Paulin,
dat is een interessante vraag. Laat ons de zeven kenmerken even overlopen.
- Ademhaling. Een virus heeft geen eigen metabolisme en vertrouwt hiervoor volledig op de gastheercel.
- Voedsel opnemen. Een virus neemt zelf geen bouwstenen of energetische moleculen op, maar laat de gastheercel deze voor hem aanmaken en aanleveren.
- Uitscheiden. Een virus neemt uit zichzelf geen gassen of voedsel op, en scheidt bijgevolg ook niets zelfstandig uit.
- Bewegen. Nu wordt het interessant. Sommige virussen kunnen op zichzelf bewegen. Zoek bijvoorbeeld een figuur van de bacteriofaag (bacteriofagen zijn virussen die bacterien infecteren) T4 op, en je herkent een soort maanlander-structuur. Wanneer die "landt" op een bacterie-cel, injecteert het virus zijn DNA in de bacterie. Dat is een beweging. Echter, virussen kunnen geen continue bewegingen uitvoeren, gezien die energie vragen en een virus geen eigen energievoorziening heeft (zie punt 1 en 2). Binnenin de cel kunnen virussen ook bewegen, bijvoorbeeld van het membraan naar de celkern, maar daarvoor maken ze gebruik van de transportmechanismen van de gastheercel.
- Groeien en ontwikkelen. Een virus kan groeien en ontwikkelen. Echter, dat kan het slechts wanneer het een gastheercel heeft geinfecteerd. Daar neemt het virus het metabolisme van de gast (deels) over ter bevordering van zijn eigen groei en/of ontwikkeling.
- Waarnemen/reageren op prikkels. Dit hangt af van de definitie van waarnemen en reageren op prikkels. Wanneer er bijvoorbeeld isopropanol (ontsmettingsalcohol) over je hand gegoten wordt, ga jij dat voelen (waarnemen) en daar op reageren. Echter, dit is een biologisch mechanisme van zintuiglijke waarneming en reactie. Een virus dat in contact komt met isopropanol, kan kapot gaan. Maar ook bepaalde plastics die in contact komen met isopropanol, kunnen oplossen en dus "kapot" gaan. Met andere woorden, het mechanisme waarmee een virus op dergelijke situaties reageert, is niet biologisch, maar chemisch. Of in het geval van bijvoorbeeld hitte, fysisch. Daarom kunnen we zeggen dat een virus niet waarneemt of op prikkels reageert.
- Voortplanten. Virussen kunnen zich voortplanten in gastheercellen. De meest eenvoudige virussen zijn niet meer dan een stukje DNA met een beschermend laagje errond. Dat stukje DNA bevat de noodzakelijke elementen om de gastheercel ertoe aan te zetten het stukje DNA te vermenigvuldigen, het beschermend laagje bij te maken, het DNA in dat beschermend laagje te verpakken en zo weer aan de omgeving vrij te geven. En dat is waar virussen in schitteren. Ze zijn meesters in het misleiden van gastheercellen, en doen dat op de meest creatieve en efficiente wijze.
Met andere woorden, hoewel virussen aan een aantal kenmerken van levende wezens voldoen, kunnen we ze niet als levend classificeren omdat ze een aantal essentiele karakteristieken missen of ervoor afhankelijk zijn van een gastheercel.
Beste groeten,
Benjamien
Reacties op dit antwoord
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.