Als er niets anders gebeurt, zal de centrale bank (voor de Euro-zone is dat de Europese Centrale Bank) bij een hoge inflatie de rente verhogen om de prijsstijgingen tegen te gaan. De beleggers weten dit en verwachten dus dat de rente - dit is de opbrengst van kapitaal - zal stijgen. Aangezien beleggers hun geld het liefst investeren daar waar de opbrengst het hoogst is, zullen velen willen investeren in dat land. Dit houdt in dat de vraag naar de munt van dat land zal stijgen, zodat ook de prijs van die munt (de wisselkoers) zal stijgen. De wisselkoers zal dus stijgen bij een stijgende inflatie. Dit is het effect op korte termijn.
Een prijsstijging houdt echter ook in dat de bedrijven uit dit land hun producten moeilijker kunnen verkopen op de internationale markt, aangezien hun prijs dus is gestegen. De stijging van de wisselkoers versterkt dit effect nog. De export zal dus gaan dalen (en de import stijgen), zodat de economie van het land concurrentiekracht verliest en zal afkoelen, dit ook al omdat de centrale bank de rente verhoogde. Deze economische afkoeling zorgt ervoor dat de wisselkoers terug zal gaan dalen. De reden hiervoor is de dalende export en stijgende import die voor een dalende vraag naar de munt zorgt en dus de wisselkoers doet dalen. Dit effect doet zich voor op lange termijn.
Het korte termijn effect waarbij de wisselkoers stijgt gebeurt sneller omdat het daar om geld en beleggingen gaat en het in het lange termijneffect om goederen en diensten gaat en die passen zich nu eenmaal trager aan.
Conclusie: stijgende inflatie zorgt eerst voor een stijgende wisselkoers en later voor een daling van de wisselkoers.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.