Vissen zijn niet alleen de meest soortenrijke groep gewervelden, ze vertonen ook de meest uitgesproken variatie in allerlei biologische aspecten. De manier waarop ze paren vormt daarbij geen uitzondering. Het paren bij vissen kan zeer eenvoudig zijn, maar kan ook gepaard gaan met een zeer complex paargedrag.
De meest eenvoudige vorm van paren bij vissen is waarbij het wijfje gewoon haar eitjes loost in het water, en het mannetje daarna zijn zaadcellen, waarbij de bevruchting gewoon in de het water gebeurt. Dit is het geval bij heel wat vissen die in zeeën en oceanen leven. Dit is tevens ook de minst efficiënte manier van voortplanten, daar de kans dat een eicel effectief bevrucht geraakt en uitgroeit tot een klein visje relatief klein is. Dergelijke vissen leggen dan ook zéér grote aantallen eitjes af (we spreken hier dan over miljoenen eitjes).
Sommige vissen kunnen het succes om eicellen te bevruchten verhogen door bijvoorbeeld de eicellen af te zetten op een substraat, waarna het mannetje dan op een meer gerichte manier deze kan bevruchten. Bij dergelijke vissen zijn de eitjes dan dikwijls voorzien van een kleeforgaantje, die ervoor zorgt dat ze blijven hangen. Dit zie je bijvoorbeeld bij anemoonvisjes (zoals bij Nemo). Bij deze vissen worden de bevruchte eitjes dan ook dikwijls bewaakt (ofwel door het wijfje, of door het mannetje, of door beide). Nu, er zijn ook spectaculaire vormen van ei-afzetting op een substraat: sommige vissen zetten namelijk hun eitjes af buiten het water! Zo zal bijvoorbeeld een wijfje van de Zuid-Amerikaanse spatzalmen (geslacht Copella) uit het water omhoog springen, naar een blad dat boven het wateroppervlak hangt. Terwijl ze daar eventjes blijft aanhangen, zal ze haar eitjes afzetten die ook blijven kleven aan die bladeren. Daarna doet het mannetje hetzelfde, en bevrucht zo de eieren.
Nog een andere manier is waarbij een speciaal nestje wordt gemaakt door één van de ouders. Zo maken sommige mannelijke prachtbaarzen (cichliden) kuilen in het zand door die uit te graven (met hun bek en hun vinnen). Ze lokken dan wijfjes, die in die kuil hun eieren afleggen. Het mannetje bevrucht die, en zal die dan bewaken. Aziatische goerami’s maken gebruik van speeksel om luchtbelletjes aan elkaar te kleven, zodat een schuimnest wordt gevormd. Het mannetje lokt dan een wijfje, die haar eitjes afzet aan de onderkant van dit schuimnest. Ook hier bevrucht het mannetje die eitjes dan, en bewaakt daarna de eitjes. Stekelbaarsjes zijn ook gekend omwille van het nest dat gemaakt wordt door het mannetje. Het is een soort kring van wieren, waarin het wijfje haar eitjes zal afleggen. Ook dit nest wordt dan bewaakt.
Nu, dit zijn nog allemaal manieren van paren waarbij de eitjes uitwendig bevrucht worden, dus in het open water. Heel wat vissen hebben een paargedrag ontwikkeld dat het rendement van bevruchting nog verhoogt door verschillende vormen van inwendige bevruchting. Ook op dit vlak zijn weer heel wat verschillende strategieën ontstaan in de loop van de evolutie. Enerzijds is er een vorm van inwendige bevruchting waar andere holtes gebruikt worden dan deze van het voortplantingsstelsel. Zo zijn er Afrikaanse prachtbaarzen (cichliden) die muilbroeders zijn. Wijfjes gaan namelijk hun eitjes direct opnemen in de muil, eens ze die afgelegd hebben. Het is dan belangrijk voor de mannetjes dat ze die eitjes kunnen bevruchten, vooraleer het wijfje die afschermt. Wel, bij sommige muilbroeders ziet men een spectaculair voorbeeld van evolutieve specialisatie: mannetjes hebben namelijk op hun anaalvin (de vin aan de buikzijde, helemaal achteraan) gele vlekjes, die qua vorm en grootte zeer sterk gelijkend zijn op eitjes. Men noemt deze dan ook ‘eivlekken’. Als een wijfje haar eitjes afgelegd heeft, dan zal ze dus haar eitjes in haar muil nemen. Als het mannetje nu vlak voor het wijfje zwemt, dan begint het wijfje ook te bijten naar die eivlekjes. Op dat moment zal het mannetje zijn zaadcellen lozen, die vrijkomen ter hoogte van een opening die zich vlak voor zijn anaalvin bevindt. Op die manier komen de zaadcellen terecht in de mondholte van het wijfje, waar zich al de eicellen bevinden. Daardoor wordt de kans tot bevruchting sterk verhoogd.
Nog een speciale manier vindt men bij zeepaardjes. Daar zullen namelijk de mannetjes zwanger worden! Zeepaardjes vertonen een complex paargedrag, waarbij het wijfje haar eitjes zal afleggen in de buidel van het mannetje. Eens in de buidel zal het mannetje die bevruchten, en zal die daar een hele tijd vast houden. Daardoor is niet alleen de kans tot bevruchting verhoogd, maar is ook de kans dat de eitjes uitkomen tot kleine zeepaardjes zeer groot. Na een tijdje zal het mannetje dan ook zijn buidel leegpersen, zodat honderden zeepaardjes van een paar milimeter geboren worden (zie foto van pasgeboren zeepaardje).
Maar ook de ‘klassieke’ manier van inwendige bevruchting vindt men terug bij vissen, weliswaar niet met behulp van een echte penis (zoals bij zoogdieren), maar dankzij andere copulatie-organen. Copulatie-organen vindt men zowel bij kraakbeenvissen (zoals bij de haaien en roggen), als bij de beenvissen. Mannelijke haaien en roggen hebben een speciale structuur aan hun buikvinnen (claspers genaamd), die ze gebruiken om de wijfjes inwendig te bevruchten. Bij beenvissen zijn vooral de levendbarende tandkarpers (Poeciliidae) gekend als inwendige bevruchters. Hier hebben de mannetjes namelijk een omgevormde anaalvin, die beweeglijk is. Tijdens het paren zal een mannetje dan constant naast een wijfje zwemmen, en zo die vin ombuigen om ze in de geslachtsopening van het wijfje te steken. Op die manier worden de zaadcellen rechtstreeks overgebracht in het geslachtstelsel van het wijfje en worden de eitjes inwendig bevrucht.
En dit is nog maar een selectie van de talrijke varianten die hierop kunnen bestaan in het rijk der vissen.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
evolutionaire morfologie gewervelde dieren ichthyologie (visbiologie) anatomie histologie morfometrie evolutie