Is er een verband tussen een koud klimaat en een grotere behoefte aan vlees bij de mens?

Marike, 49 jaar
11 maart 2023

Beste wetenschappers, De mens is "van nature omnivoor" en dit staat buiten kijf, omdat het begrip “omnivoor” een heel brede lading dekt. Men zegt dat de mens ooit vlees is beginnen te eten. Bedoelt men dat de mens ooit helemaal geen vlees at en heeft men daar directe bewijzen voor gevonden? Of leidt men dit af uit het afwezig blijven van het bewijs van vleesconsumptie, tot daar waar de mens volop vuurtje-stook ging doen? Wat dan in dat geval op een niet-directe, negatieve correlatie duidt en men zich dus eigenlijk niet kan uitspreken over een wel—of-niet begin van het eten van vlees. Dierlijke voedselbronnen worden trouwens ook wel eens rauw gegeten… Wat we wel met zekerheid kunnen stellen, dat is dat de mens in een gegeven periode zeer nadrukkelijk VEEL vlees is beginnen te eten: de bewijzen ervan liggen overal verspreid, rond de talrijke oeroude haardvuurtje. We hebben het dan over de ijstijd. Klopt mijn redenering een beetje tot dusver? En deze tweedelige vraag fascineert me dan uiteindelijk nog het meest: Deel 1: Klopt het, dat een hoge vleesconsumptie is ontstaan in tijden waarin de vegetatie het minst voorhanden was en vlees dan weer wel? Ik denk aan de ijstijden, waarin grote graseters zich – niets vermoedend dat ze begluurd werden - over de droge, koude steppen begaven. Het maken van vuur en het veelvuldig eten van vlees, was hier werkelijk een levensnoodzakelijke strategie voor de mens. Het was geen keuze, maar een noodzaak. Natuurlijk weten we dat de mens ook toen enorm creatief was: hij gebruikte heel wat kruiden, ging op zoek naar alles wat eetbaar was. Maar hij was meer carnivoor dan omnivoor of vegetariër. Als ik om me heen kijk, dan zie ik hetzelfde in de wereld vandaag: daar waar vegetatie schaars is, eet men voornamelijk vlees. Daar waar vegetatie overvloedig aanwezig is, wordt vlees minder belangrijk en gedragen we ons als echte omnivoren en in sommige contreien zelfs als vegetariërs. Maar ik ken geen enkele vegetarische eetcultus, dat ontstaan is in koude gebieden, met een koud klimaat. Klopt dat? Deel 2: Ik zou dus kunnen gaan denken, dat er een verband is tussen een koud klimaat en een hogere behoefte aan vlees. Klopt dat? Kan men daaruit afleiden, dat vlees nodig is bij mensen die in koudere klimaten leven? De Turkana van Noord-Kenia spreken dat wel tegen: ze eten vooral krokodil, omdat er verder niets te eten valt, door alsmaar toenemende droogte. Dus ook een snikheet klimaat, kan de mens ertoe brengen om eenzijdig veel ‘vlees’ te eten. Maar is het fout van mij, om ervan uit te gaan dat de hang naar vlees hoger ligt, als men het koud heeft? Als ik bij mijn medemens ten rade ga, dan merk ik toch een hogere drang naar vlees tijdens de koude maanden. Zeker tijdens de nasleep van de winter. Vanwaar komt die drang? Is het biologisch? Of is het ingebeelde behoefte? Of is het eten van (een beetje) vlees wel degelijk raadzaam, tijdens koude dagen? -> Is er dus sprake van een DIRECTE CORRELATIE tussen een enigszins biologische behoefte aan vlees en het zich bevinden in een koud klimaat (cfr. eetgewoonten noordpool, ijstijden, …)? -> Indien niet, kan men de hardnekkigheid, waarmee men hier in het noorden veel vlees eet, toewijzen aan het verlangen ernaar, zeker tijdens wintermaanden, wat voortkomt uit een oudere gewoonte van de mens, om meer vlees te eten tijdens koudere periodes van de aarde? Dezelfde redenering volg ik hier, als de verklaring dat overgewicht te maken zou hebben met onze hersenstructuur, dat erop gericht is om zoveel mogelijk eten op te slaan, voor barre tijden. In het verlengde ervan, zou je dus kunnen stellen dat die drang niets anders dan een neurologische fout is, omdat onze hersenen de snelheid waarmee we onze levensstijl hebben veranderd, niet goed de baas kunnen? Of is dit maar een redenering en dus niet feitelijk bewezen ? Sorry voor de dikke boterham ! Alvast bedankt!

Antwoord

In de miljoenen jaren tellende evolutie van de mens was het dieet aanvankelijk waarschijnlijk vergelijkbaar met dat van de huidige chimpansee, namelijk omnivoor met als grootste aandeel fruit, bladeren, bloemen, boomschors, en een relatief klein aandeel insecten en vlees.

Uit de vorm en slijtage van tanden van uitgestorven menselijke voorouders kan afgeleid worden dat ze ook harde zaden en noten aten, en wellicht ondergrondse plantendelen zoals wortels en knollen.

De sterkste bewijzen voor het eten van vlees en beenmerg door mensen komt van sporen van slacht door middel van stenen werktuigen waarmee vlees werd versneden en beenderen werden opengebroken. De oudste van dergelijke sporen die onderzoekers op dierlijke beenderresten hebben gevonden dateren van ongeveer 2,6 miljoen jaar geleden (begin van de steentijd).

De oudste bewijzen voor menselijke jacht komt onder de vorm van bewerkte speerpunten, ongeveer een half miljoen jaar geleden.

Hoeveel percent van het menselijk dieet in die vroege perioden uit vlees bestond is echter moeilijk te achterhalen. Maar men heeft dit wel kunnen bepalen bij verschillende gemeenschappen van jagers-verzamelaars die tot in de vorige eeuw nog leefden zoals in de steentijd. De analyses van hun voedingspatroon toonden dat van zodra de ecologische omstandigheden het toelieten, de jagers-verzamelaars een hoog aandeel aan dierlijk voedsel in hun dieet hadden, namelijk 45-65% van hun energie. Het laagste aandeel aan dierlijk voedsel werd gevonden bij mensen die in de Afrikaanse Kalahari-woestijn leefden (ongeveer 30%) en het hoogst aandeel bij Eskimo’s/Inuit in het hoge noorden (90-95%).

Men gaat er echter van uit dat dit eerder te maken heeft met de beschikbaarheid aan dierlijk versus plantaardig voedsel. In het hoge noorden is er vrijwel geen plantengroei in het grootste deel van het jaar maar waren er wel vrij veel (zeezoog)dieren aanwezig. Het aandeel van dierlijk voedsel in het menselijk dieet werd dus vooral bepaald door de beschikbaarheid ervan. Mensen zijn opportunisten. Indien er voldoende dieren beschikbaar zijn in zijn omgeving, zal de mens eerder kiezen voor vlees omdat dit een hoge energiewaarde heeft en rijk is aan eiwitten. Ook in de moderne wereld zien we dat er een verband bestaat tussen armoede/welvaart en vleesconsumptie.

In de natuurlijke omgeving, buiten het evenaarsgebied, wordt/werd dit vooral door de seizoenen bepaald. Dit kan winter-zomer zijn (koud-warm) zoals bij ons, waarbij er veel minder plantengroei is in de koude periode. Maar het kan ook droog-nat zijn zoals bijvoorbeeld in sub-equatoriaal Afrika waar er relatief weinig plantengroei is in de droge periode van het jaar. Onze voorouders zijn afkomstig uit dat laatste gebied en de reden dat zij tijdens de steentijd (en mogelijk ook daarvoor) meer en meer vlees gingen eten, zal meer te maken hebben gehad met droogte dan met koude.

In het moderne Europa blijkt dat de grootste vleesconsumptie in Spanje optreedt, ook niet het koudste land. Maar er zou wel relatief meer vlees geconsumeerd worden in de noordelijke landen dan in het mediterrane gebied. Dit kan waarschijnlijk vooral verklaard worden door culturele en historische verschillen.

Het zou echter wel kunnen dat mensen in de koude periode relatief meer calorieën nodig hebben dan in de zomer en dan ook vaak kiezen voor vleeswaren omdat die relatief veel calorieën en voedingswaarde hebben tegenover plantaardig voedsel.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2024
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door EOS vzw