Waarom kan men geen tekst lezen zonder dat men de woorden ook hoort in ons brein terwijl het omgekeerde niet waar is?

pierre , 70 jaar
21 augustus 2008

Hoe komt het dat als men een tekst leest men die woorden ook 'hoort' in ons brein terwijl het omgekeerde niet waar is?

Antwoord

Beste Pierre,

Dat heeft in eerste instantie te maken met het feit dat gesproken taal primair is en geschreven taal secundair. Eenvoudig uitgedrukt: ons vermogen om spraak te gebruiken (spreken, luisteren) is het gevolg van een aangeboren biologische capaciteit, terwijl ons vermogen om geschreven taal te gebruiken (schrijven, lezen) het gevolg is van een culturele uitvinding. Er werden al heel lange tijd talen gesproken alvorens men bedacht dat je die ook kon vastleggen op kleitabletten (later papier, nog later een computerscherm) d.m.v. symbolen. Die symbolen stellen in veel geschreven talen klanken of klankreeksen voor. Letters in talen met een alfabetisch schriftsysteem staan voor klanken (eigenlijk fonemen), syllabetekens in talen met een syllabisch schriftsysteem stellen syllabes voor. Een uitgevonden (secundair) symboolsysteem komt dus in de plaats van de klanken in gesproken taal te staan, de primaire vorm van talige communicatie.

Omdat klanken primair zijn en letters secundair, leren we in alfabetische talen als het Nederlands dan ook vanaf het eerste leerjaar welke letters of lettergroepjes met welke klanken overeenstemmen (b, k, ie, oe, eu). Op die manier leren we dus verklanken. Uit veel onderzoek is gebleken dat kinderen die moeite hebben met het goed onderscheiden van spraakklanken in de kleuterklas veel last ondervinden om in het eerste leerjaar die letter-klankverbindingen te leren en een verhoogd risico op dyslexie lopen (omdat ze geen scherp 'beeld' van de spraakklanken hebben, kunnen ze er ook moeilijker letters aan leren koppelen). Omdat lezen vanaf het begin een proces is van letter-naar-klankomzetting is een verklankingsproces zodanig overtraind geworden tijdens het leren lezen dat ervaren lezers dit nog als een automatisch proces gebruiken. Onderzoek heeft bv. herhaaldelijk laten zien dat wanneer een onbestaand woord als bv. 'waut' gedurende erg korte tijd op een computerscherm wordt aangeboden - zo kort dat proefpersonen het niet bewust kunnen waarnemen (50-tal milliseconden) - het bestaand woord 'WOUD' sneller herkend wordt wanneer het onmiddellijk daarna wordt aangeboden. Dat positieve effect van gelijkklinkende letterreeksen kan je enkel verklaren door aan te nemen dat een onbestaande, voorbijflitsende letterreeks als 'waut' automatisch verklankt wordt.

Eenzelfde bevinding is trouwens gedaan wanneer het eerste en het tweede woord tot twee verschillende talen behoren. Wanneer tweetalige proefpersonen (Nederlands-Frans) het Nederlandse woord 'wie' zeer kort krijgen aangeboden, herkennen ze onmiddelijk daarna sneller het Franse woord 'OUI', dat op identiek dezelfde wijze wordt uitgesproken. Misschien wordt een woord als 'wie' niet letter voor letter verklankt zoals een onbestaand woord als 'waut' en ligt het in ons brein opgeslagen als een gekende lettercombinatie met een gekende uitspraak. De conclusie is echter dezelfde m.b.t. je vraag: een letterreeks activeert automatisch een uitspraak. Het zonet gemaakte onderscheid tussen verklanking en de activatie van een bekend letterpatroon en bijbehorende uitspraak, wordt in hedendaagse modellen over de werking van woordverwerking in het brein weerspiegeld in een onderscheid tussen twee basisprocessen: geautomatiseerde letter-naar-klankomzetting en (nog snellere) hele-woordherkenning.

Samenvattend: omdat een alfabetisch schriftsysteem een code is voor gesproken taal, wordt de geschreven taal automatisch gekoppeld aan de uitspraak van woorden, hetzij via verklanking hetzij via herkenning van een vertrouwd letterpatroon en een erbij horende uitspraak. Daardoor krijg je bij het lezen de ervaring dat er een 'stemmetje in je hoofd' de tekst uitspreekt.

Omdat gesproken taal in eerste instantie de manier is om taal te gebruiken (primair), is er geen enkele reden om de uitgesproken woorden nog eens aan hun geschreven tegenhangers te verbinden. Vandaar je observatie dat het omgekeerde verschijnsel zich niet bij het spreken voordoet (je ziet de geschreven woorden niet als je spreekt).

Toch kunnen ook bij het luisteren naar spraak de geschreven tegenhangers van uitgesproken woorden  actief worden. Een eenvoudig experiment bewijst dat. Als je gevraagd wordt om naar gesproken woorden te luisteren en zo snel mogelijk te antwoorden uit hoeveel klanken ze bestaan, dan ondervind je meer moeite met woorden als 'boer' en 'beuk' dan met woorden als 'bos' en 'mat'. Telkens is het antwoord nochtans 3 maar omdat de klanken voor 'oe' en 'eu' door 2 letters worden voorgesteld, hebben proefpersonen de neiging om 4 te antwoorden: ze antwoorden trager en maken meer fouten op zulke woorden. Dat kan je enkel verklaren als mensen bij het horen van woorden spontaan ook hun geschreven vorm oproepen en (gemakshalve) de letters tellen in plaats van de klanken in de gesproken vorm. Zelfs al is het tellen van klanken in woorden niet hetzelfde als spontaan luisteren naar iemand die spreekt, deze experimentele uitkomst is een indicatie dat gesproken woorden bij mensen die kunnen lezen de geschreven versies van die woorden kunnen activeren.

Dominiek Sandra
Hoogleraar Taalkunde en Psycholinguïstiek
Universiteit Antwerpen

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be