Eerst even graag een verduidelijking: de eerste sterrenstelsels na de oerknal, noemt men deze de jongste sterrenstelsels (1st gevormd) of de oudste sterrenstelsels (13.5 miljard jaar oud)? mijn vraag: Deze eerste oudste sterrenstelsels staan het verst van ons vandaan (roodverschuiving bijna oneindig). Maar in hun lange reis kunnen zich in hun buurt toch ook jongere, nieuwe sterrenstelsel gevormd zijn. Deze zijn dus jonger maar staan toch even ver verwijderd dan hun oudere metgezel of ben ik mis? En welke roodverschuiving hebben zij?
Eerst een kleine maar niet onbelangrijke correctie: deze sterrenstelsels zijn niet 'op reis'; ze blijven waar ze zijn in de ruimte, maar de ruimte zelf wordt groter. Daardoor verwijderen twee punten in de ruimte zich van elkaar, maar de stelsels blijven in hetzelfde punt staan. Door die expansie van de ruimte worden de afstanden tussen stelsels inderdaad groter, en de verwijderingssnelheid (de 'roodverschuiving') is groter naarmate de afstand groter is (wet van Hubble).
De eindigheid van de lichtsnelheid zorgt ervoor dat het licht vanuit verre sterrenstelsels meer tijd nodig heeft om bij ons te geraken dan vanuit dichtere stelsels, en dat we die verre stelsels in een 'jongere' fase zien. Hoe verder we kijken, hoe dichter we komen bij de epoche waarin de stelsels voor het eerst werden gevormd. Dat is niet echt 'roodverschuiving oneindig', maar eerder 'roodverschuiving 10 tot 20', want de stelsels konden maar ontstaan nadat het heelal enkele honderden miljoenen jaren oud was. Wanneer het precies gebeurde, hebben we nog niet zo goed observationeel kunnen checken, want de signalen van zover zijn erg zwak. De opvolger van de Hubble-telescoop, de 'James Webb', die normaal gesproken in 2021 wordt gelanceerd, zou daar meer klaarheid in moeten brengen.
En nu uw vraag. Als zich dicht bij een stelsel met roodverschuiving 10 een ander stelsel veel later heeft gevormd, dan is het licht van dat andere stelsel daar ook later vertrokken. De afstand nu van beide stelsels is deze die overeenkomt met roodverschuiving 10, en in termen van tijd die verstreken is, komt dat overeen met het moment in het verleden waarop dat licht van dat eerste stelsel werd uitgezonden (toen was het heelal zowat 500 miljoen jaar oud). Toen bestond dat tweede stelsel nog niet, en kon het geen licht uitzenden naar ons. Intussen is het eerste licht van het tweede stelsel op weg naar ons, maar het is nog niet aangekomen.
Dank u voor het antwoord bijkomend.bvb als 2 stelsels niet zo ver van elkaar vandaan , maar verschillende ouderdom en van beiden hebben we het licht al kunnen ontvangen ,omdat ze nog niet zo ver verwijderd zijn dat we het licht van het jonger stelsel toch ook hebben kunnen ontvangen. Hebben beide stelsel dan dezelfde roodverschuiving (lijkt me eigenlijk logisch) maar hoe kan men dan het verschil in ouderdom weten?
We moeten een onderscheid maken tussen 'ouderdom van het heelal' en 'ouderdom van een sterrenstelsel'. Hetgeen we uit de roodverschuiving kunnen bepalen, is hoe oud het heelal was toen dat bepaalde licht tot ons werd gezonden. Het 'licht' van toen het heelal werd geboren, heeft roodverschuiving oneindig, het licht dicht bij ons is niet roodverschoven. Het verband tussen de roodverschuiving en de 'datum' is modelafhankelijk, maar vandaag zijn we er vrij zeker van welk model we moeten gebruiken, en met dat model komt roodverschuiving 10 overeen met een ouderdom van het heelal van de orde van 500 miljoen jaar. Als we een dergelijk sterrenstelsel zien, dan betekent dat dat er na 500 miljoen jaar al sterrenstelsels waren. Maar die roodverschuiving leert ons niet wanneer dat sterrenstelsel geboren is. Hoe oud een sterrenstelsel is (in de zin van hoe lang het al bestond vooraleer wij het zien), vind je niet door de roodverschuiving. Natuurlijk, een stelsel dat we al zien bestaan 500 miljoen jaar na de oerknal kan geen miljard jaar oud zijn, maar weten hoe oud precies het is, vergt meer studie. Als we bij voorbeeld op een of andere manier aannemelijk kunnen maken dat er in een stelsel al sterren zijn die 200 miljoen jaar oud zijn (dat is recentelijk geopperd), dan hebben we een argument om te zeggen dat er al na 300 miljoen jaar sterrenstelsels waren. De wetenschappelijke vraag in de hele context is vanaf wanneer in de evolutie van het heelal sterrenstelsels zijn ontstaan. Bij de oerknal waren ze er niet, in die zeer hete eerste fases was er geen structuurvorming mogelijk. 'First light' is wat de James Webb wil vinden. Vanaf wanneer zien we sterren? Nu naar uw vraag. Stelsels met dezelfde roodverschuiving zien we met eenzelfde ouderdom van het heelal. Maar zde kunnen elk een eigen voorgeschiedenis hebben, die we al dan niet met astrofysische modellen kunnen afleiden uit het licht dat ze uitzenden.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.