Bijvoorbeeld: (COOH)2.2H20 heeft molmassa 126 g/ mol en K2Cr2O7 heeft een molmassa 294 g/mol. Hoe kun je aantonen dat kaliumdichromaat met een grotere molmassa dan oxaalzuur een betere primaire standaard is?
Dag Annabel,
Dat verbindingen met hogere molmassa's betere primaire standaarden zijn heeft alles te maken met de kans op weegfouten. Elke balans heeft een zekere nauwkeurigheid en dus ook een zekere "fout" op het resultaat. De digitale weegschaal in de meeste keukens zal bijvoorbeeld geen onderscheid maken tussen 124,5 en 125,4 gram suiker maar telkens 125 g weergeven. De nauwkeurigheid is beperkt. De fout (≈ 1g) zal echter veel belangrijker zijn wanneer je kleine hoeveelheden moet afwegen (bijvoorbeeld 10 g suiker, relatieve fout van 10 %) dan wanneer je 1000 g nodig hebt (relatieve fout van 0.1 %).
Om weegfouten in het labo binnen de perken te houden wordt om dezelfde reden gekozen voor verbindingen met een hoge molmassa: voor dezelfde hoeveelheid mol van een standaard moet je dan méér afwegen en is de relatieve fout kleiner. En hoe kleiner de fout hoe beter, gezien een primaire standaard gebruikt wordt om de concentratie van een secundaire standaard te bepalen. M.a.w. hoe kleiner de fout op de meetwaarde van de primaie standaard, hoe betrouwbaarder het resultaat van de daaruit voortkomende bepalingen.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
(Bio)chemie Eiwitgebaseerde materialen Weefselregeneratie biosensoren