Als je garnalen pelt zitten er regelmatig tussen met een slap pantser. Mijn moeder zei dat die dood waren voor ze gekookt werden, maar in Nieuwpoort zei een garnaalvisser dat het kwam door een groeisprong. Het lijkt me beide mogelijk, maar wat is juist?
Sorry voor je mama's wijsheid, maar de garnaalvisser is juist.
Garnalen, maar ook (onder andere) spinnen, zitten als het ware gevangen in een hard uitwendig skelet. Dat uitwendig skelet groeit niet mee. De beestjes groeien wel, waardoor ze op een bepaald moment echt wel krap komen te zitten in hun skelet.
Daarom maakt het beestje een nieuw, groter, skelet aan, onder het harde skelet. Om te groeien moet het harde skelet openbreken en kruipt het beestje met het nieuwe, zachte skeletje uit het oude skelet. Deze vervelling kan je bv. in een spinnenweb gemakkelijk terugvinden als een 'dode spin'.
Eens uit het oude skelet, strekt het beestje zich goed uit (het beestje is dan effectief gegroeid en dus groter) waarna het skelet uithardt. Dat duurt even - in die periode zijn de beestjes zeer kwetsbaar.
De kans is ook reëel dat ze in het oude skelet vastzitten en afsterven. Als ze in die periode gevist worden, gekookt worden (en dan pas sterven) en in je bord eindigen om gepeld te worden, dan voelt het skeletje effectief zacht.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Doctoraat: ontwikkelingsbiologie op zebravis, tandontwikkeling, genexpressiepatronen (ISH), in vitro culturen van weefsels, histologie (LM en TEM) Lesopdracht: labo biotechnologie, biochemische analysetechnieken, immunologie. Milieuvakken.