Antwoord
Uw vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, om een aantal redenen:
- Karel V had niet één leger, maar zeer verschillende legers, die onderling verschillende rangaanduidingen hanteerden. In de Zuidelijke Nederlanden had hij bijvoorbeeld zowel Spaanse tercia's als Duitstalige landsknechten, die voor de leiding van hun basiseenheden respectievelijk Capitanos/Kapiteins en Hauptmannen/Hopmannen hadden.
- Ook tussen de legeronderdelen ('wapens') verschilden de termen om rangen aan te duiden. Op een schip was de bevelvoerder vreemd genoeg geen kapitein maar een Commandeur, bij de cavalerie was dat een Ritmeester
- Er was al onder Karel de Stoute en tijdens de Honderdjarige Oorlog een versoepeling gekomen in het adellijke alleenrecht op officierstitels. In feodale tijden was dat logisch, omdat de adel zelf de eigen troepen leverde en betaalde en er dus het bevel over moest voeren, maar in de Nieuwe Tijd werd die rekrutering en soldij losgemaakt van adellijke rangen - en werden trouwens ook veel meer mannen wegens hun militaire verdienste in de adelstand verheven. Pas in de 17de eeuw formaliseerden zich officiersopleidingen, die weer gereserveerd werden voor edellieden. Maar gedurende zo'n grote eeuw lang was het onderscheid tussen adel en niet-adel in hogere militaire rangen niet zo heel scherp als ervoor of erna.
Terug naar je vraag. Nemen we de Spaanse Tercio's, de meest zichtbare en beruchte troepen in die periode in de Zuidelijke Nederlanden, dan waren dat de troepen met wellicht de meest formele structuur en strenge training. Ze recruteerden zeer selectief (meestal uit éénzelfde Spaanse regio, waarnaar de tercio ook werd vernoemd) maar behielden anderzijds een strenge scheiding tussen adellijke officiers en niet-adellijk voetvolk. Uitzondering waren Hidalgos, mannen die een al dan niet overerfbare promotie tot de laagste adelstand kregen. De gebruikte termen waren:
- Officieren in de Tercio van de Zuidelijke Nederlanden
- 1 Maestre de Campo
- 3 Coronels, met elk een Colonelia onder zich en geassisteerd door een Sargento Mayor voor dagelijkse leiding, een Furriel Mayor voor logistiek, een Capellán Mayor voor geestelijke leiding, en een Pifano Mayor en Tambor Mayor voor de seinen.
- 12 Capitáns, gewoonlijk vier per Colonelia met elk een compania van zo'n 250 manschappen onder zich, geassisteerd door een Alferez, een Abanderado voor dagelijkse leiding, een Sargento, een Capellán, een Furriel, een Tambor, een Pifano en een Barbero
- Onderofficieren
- een 100-tal Cabos de escuadra, meestal veteranen met minstens vijf dienstjaren op de teller, die elk dagelijkse leiding gaven aan een escuadra van een dozijn mannen
- Manschappen
- verder werd er bij het 3 000-4 000 manschappen, allemaal betaalde vrijwilligers, weinig onderling onderscheid in rangen gemaakt, maar wel veel onderscheid naar functie of specialiteit: piqueros (lansiers), arcabuceros (schutters), coseletes (zwaardvechters), cabaleros.
Reacties op dit antwoord
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.