In eenzelfde groep, hebben alle elementen steeds hetzelfde aantal elektronen op de buitenste schil (= valentie elektronen). Vanaf de b-groepen staat het laatste valentie elektron steeds op de d-orbitalen.
Bij elementen in IIIB is er dus telkens 1 elektron aanwezig in de buitenste d-orbitalen, IVB, telkens 2 elektronen in de buitenste d-orbitalen, enz … tot 10 elektronen in de laatste b-groep (elementen Zn, Cd, Hg, …). Wegens stabiliteitsregels kunnen hier soms afwijkingen in elektronenconfiguraties ontstaan omdat b-groep elementen een minder uitgesproken vertikale analogie vertonen dan a-groep elementen.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.