Beste Emma,
bedankt voor je vraag op ikhebeenvraag.be. Ik zal trachten je vraag te beantwoorden in de hoop dat ik de vraag goed begrepen heb, want er zijn verschillende manieren om je vraag te interpreteren.
Ik ga ervan uit dat je vraagt:
Voor welke getallen a en b, die samen uit drie cijfers bestaan, heeft de breuk a/b de kleinst mogelijke waarde?
Ik ga in mijn antwoord ervan uit dat a niet gelijk mag zijn aan 0 (want dan is a/b=0 en dat is de kleinste waarde die je kan bekomen als een (positieve) breuk, en dan wordt de vraag flauw) en ik ga ervan uit dat b niet gelijk mag zijn aan 0 (want delen dooir om kan niet).
Om dat een zo kleine mogelijke breuk te krijgen moet a zo klein mogelijk zijn, en b zo groot mogelijk. Omdat a minstens 1 cijfer nodig heeft, kan b maximaal 2 cijfers hebben. De kleinste a die we kunnen nemen is 1, de grootste b is dan 99.
Daarom is van alle breuken die gevormd worden met 3 cijfers 1/99 de kleinste.
Zo Emma, indien dit de vraag is die je bedoelde, dan heb je alvast mijn antwoord. Als je de vraag anders bedoelde, dan moet je ze duidelijker proberen te formuleren.
Met de beste groeten,
Stijn Symens
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.