De redenatie is altijd als volgt, -als de aarde iets dichter/verder zou staan bij de zon zou er geen leven mogelijk zijn. -Zonder de rotatie van de aarde zou er geen magnetisch veld zijn, zonder magnetisch veld geen bescherming tegen kosmische straling, leven zou niet mogelijk zonder dat schild. -etc. Tal van redenaties die ervan uitgaan dat aarde de ideale kandidaat is om leven om te hebben. Klinkt logisch gezien we tot nu toe enkel op deze planeet vast staand bewijs van leven hebben. Echter, Stel ik heb een planeet en op die planeet ligt het vol met mijnenvelden inclusief bijhorende bordjes. Op deze planeet plant ik simpele levenscellen welke evolutie volgen (we negeren even de hoeveelheid tijd nodig voor evolutie) Op een gegeven moment zullen we dieren krijgen echter veel zullen sterven op de talrijke mijnenvelden. Op een gegeven moment zal een dier de borden associëren met niet betreden en krijgt daarmee een evolutionair voordeel. Fast forward verder in de evolutie en alle dieren vatbaar voor een mijn zullen de bordjes herkennen. Als ik op dezelfde manier redeneer dan zouden we zeggen, zonder de bordjes die voor gevaar waarschuwen is geen leven mogelijk. Terwijl hier duidelijk is dat de redenering net andersom gaat, leven heeft zich aangepast aan de omstandigheden. Vervang de bordjes voor gevaar met een magnetisch veld dan kun je stellen dat zonder dat magnetisch veld evolutie zich simpelweg aangepast zou hebben aan de hogere straling. Natuurlijk heeft leven zich tot bepaalde hoogte wel aangepast aan zijn omgeving door evolutie. Maar de redenering is altijd dat de aarde net perfect is voor leven, en als je ook maar een kleine aanpassing doet leven niet zou kunnen bestaan. Een onwaarschijnlijke kans eigenlijk. Of stellen we dat leven zich aangepast heeft aan zijn omgeving, een plotse wijziging heeft catastrofale gevolgen omdat evolutie tijd kost. Een te grote wijziging kan einde leven betekenen.
We gaan ervan uit dat de omstandigheden op Aarde leven mogelijk maken. De belangrijkste reden hiervoor is dat er vloeibaar water aanwezig is. Water is vloeibaar tussen +0°C en ongeveer 90°C. Dan zijn er chemische reacties mogelijk die plaatsvinden tussen stoffen die oplosbaar zijn in water. En de chemische stoffen die daardoor kunnen ontstaan, liggen aan de basis van alle leven, namelijk de biomoleculen waaruit alle levende wezens zijn opgebouwd (nucleïnezuren, eiwitten, polysacchariden, fosfolipiden).
De omstandigheden op onze planeet veranderden ook door toedoen van de levende wezens zelf. Zo was er oorspronkelijk geen zuurstof aanwezig in de atmosfeer. Zuurstof werd opgebouwd door fotosynthetische ééncelligen (cyanobacteriën) en was aanvankelijk toxisch voor de ééncelligen die toen leefden. Ze moesten zich aanpassen door chemische reacties te ontwikkelen om zuurstof binnen de cellen onschadelijk te maken. Later zijn er wezens geëvolueerd die zuurstof nodig hebben, enz. Dus, inderdaad weet het leven zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden door het proces van evolutie.
Zal een kleine aanpassing het leven onmogelijk maken? Dat is inderdaad onwaarschijnlijk. Maar onze planeet heeft lange tijd een formidabele biodiversiteit gekend. Ondertussen zijn er door toedoen van de mens op korte tijd al heel wat dier- en plantensoorten uitgestorven (op een veel kleinere tijdschaal dan het geval was bij vroegere uitstervingsperioden). Indien dit zich verderzet, zal de biodiversiteit, de verscheidenheid aan soorten, drastisch blijven afnemen. Opdat nieuwe soorten zouden evolueren, is wel heel veel tijd nodig. Dus als de veranderingen te snel gaan, is dit niet mogelijk. Tenzij voor organismen met een heel korte levenscyclus, die veel sneller kunnen evolueren, zoals bacteriën.
Het volledig verdwijnen van alle leven op onze planeet, met inbegrip van ééncelligen zoals bacteriën, zal wellicht enkel plaatsgrijpen indien alle water op de planeet hetzij bevroren raakt, hetzij verdampt.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.