Hoe kan men de oudste attestatie van een straatnaam kennen ?

Luc, 64 jaar
24 november 2015

Antwoord

Stadsarchieven en heem kundige kringen hebben vaak de beste referenties voor de vroegste geschiedenis van hun straatnamen: naamswijzigingen, alternatieve namen, samenvoegingen van straten, opdelingen, vertalingen en hervertalingen. Het ging om 'gegroeide' eerder dan 'geattesteerde' straatnamen, die dikwijls heel beschrijvend waren (zoals 'Onder den Toren', of 'Leuvense Steenweg', of 'Woensdagmarkt'). Die namen werden courant en door elkaar gebruikt, in allerlei akten en ook kadasters.

Je vraag luidt sinds wanneer die namen ook officieel geattesteerd werden:

  • In 1836 verscheen de eerste gemeentewet in België, die besturen verplichtte om hun straten vaste namen te geven, via een commissie die daarvoor moest worden opgericht. Die lokale commissie van heemkundigen, mensen uit het lokale cultuurleven en ambtenaren adviseerde de gemeenteraad, die uiteindelijk ook de beslissingsbevoegdheid had.
  • Vanaf 1942 moest de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie telkens een advies over de gemeentelijke voorstellen uitbrengen, om de wildgroei wat in de hand te houden, en vooral ook meer eenvormigheid in de spelling te brengen. Ook de nieuwe woonkernen, bijvoorbeeld in de Limburgse steenkoolbekkens, kregen zo straatnamen.
  • In 1977 zorgde de fusiegolf voor heel wat 'dubbels' in de nieuw gevormde gemeenten. Gent telde bijvoorbeeld wel 9 verschillende Kerkstraten, 6 Kapellestraten en 6 Kouterstraten. Elke gemeente had een overschot aan 'schoolstraten'. Om dat niet louter aan de (nieuwe) fusiebesturen over te laten, werd een Koninklijke Commissie voor Straatnaamgeving opgericht, met afdelingen in elke provincie. Die bracht de homoniemen per gemeente in kaart, en deed suggesties om die verwarrende situatie te ontknopen met nieuwe namen.

Je vindt die besluiten telkens in de archieven van de gemeenteraad terug. In België werd die ook telkens geadviseerd door de Toponymiecommissie (centraal, 1942-1976) of door de Straatnaamgevingscommissie (provinciaal, 1977-nu), waarbij voor wijzigingen dat advies ook bindend was en is; voor nieuwe straten is het louter adviserend.

Er bestaan ook handleidingen voor het geven van straatnamen, en vroeger waren er ook vrij veel regels om bijvoorbeeld de overvloed aan persoonsnamen in straatnaamgeving te stoppen: voor een straat vernoemd naar iemand van het koningshuis is toestemming van het koningshuis nodig, en verder komen enkel overleden personen in aanmerking (vroeger zelfs met een moratorium van 70, later 20 jaar na hun dood).

Vic Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland (Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, Nr. 54). Hasselt 1990.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be