Stadsarchieven en heem kundige kringen hebben vaak de beste referenties voor de vroegste geschiedenis van hun straatnamen: naamswijzigingen, alternatieve namen, samenvoegingen van straten, opdelingen, vertalingen en hervertalingen. Het ging om 'gegroeide' eerder dan 'geattesteerde' straatnamen, die dikwijls heel beschrijvend waren (zoals 'Onder den Toren', of 'Leuvense Steenweg', of 'Woensdagmarkt'). Die namen werden courant en door elkaar gebruikt, in allerlei akten en ook kadasters.
Je vraag luidt sinds wanneer die namen ook officieel geattesteerd werden:
Je vindt die besluiten telkens in de archieven van de gemeenteraad terug. In België werd die ook telkens geadviseerd door de Toponymiecommissie (centraal, 1942-1976) of door de Straatnaamgevingscommissie (provinciaal, 1977-nu), waarbij voor wijzigingen dat advies ook bindend was en is; voor nieuwe straten is het louter adviserend.
Er bestaan ook handleidingen voor het geven van straatnamen, en vroeger waren er ook vrij veel regels om bijvoorbeeld de overvloed aan persoonsnamen in straatnaamgeving te stoppen: voor een straat vernoemd naar iemand van het koningshuis is toestemming van het koningshuis nodig, en verder komen enkel overleden personen in aanmerking (vroeger zelfs met een moratorium van 70, later 20 jaar na hun dood).
Vic Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland (Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, Nr. 54). Hasselt 1990.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.