Er zou in principe één molecule in beide indelingen passen.
De stoffen:
NH4OH
H2O
Ca3(PO4)2
H2CO3 (ik denk dat dit het is)
Fe2O3
KCl
AgNO3
N2O5
Al2(SO4)3
HNO3
C3H7OH
HCOOH
CH3COCH3
HCHO
C4H10
C6H6
CH2=CH2
Dag David,
onder organische moleculen bestaan we alle moleculen die gebaseerd zijn op het element koolstof, behalve koolstofmonoxide, koolstofdioxide en alle (waterstof)carbonaat zouten.
Alle andere verbindingen (+ koolstofmonoxide, koolstofdioxide en alle (waterstof)carbonaat zouten) vallen onder de noemer anorganische verbindingen.
Als we kijken naar je lijstje zullen alle verbindingen vanaf CH3OCH3 organische verbindingen zijn, omdat het om koolstofverbindingen gaat.
Alle andere stoffen zijn anorganische zouten, zuren of basen.
H2CO3 lijkt inderdaad op het eerste zicht een koolstofverbinding te zijn, maar eigenlijk is dit koolzuur niets anders dan opgelost CO2 en valt het daarom enkel onder de groep van de anorganische verbindingen.
Waarom stel je dat minstens één verbinding tot beide klasse moet horen? Met die informatie kan ik mijn antwoord eventueel verder duiden.
Met vriendelijke groet,
Geert-Jan
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
(Bio)chemie Eiwitgebaseerde materialen Weefselregeneratie biosensoren