Eerste situatie:
2 staafmagneten liggen op 1 lijn met de gelijksoortige polen (bvb. de 2 noordpolen) naar elkaar gericht. De afstand tussen beide staafmagneten is zodanig groot dat ze elkaar niet (of nauwelijks) beïnvloeden. Als ik magneet 1 opschuif en dichter breng bij magneet 2, lever ikzelf de benodigde energie om magneet 1 te verplaatsen. Beneden een bepaalde afstand zal magneet 1 magneet 2 beginnen af te stoten en zal magneet 2 zich ook beginnen te verplaatsen. Op dat ogenblik lever ik zelf de benodigde energie om zowel magneet 1 als magneet 2 te verplaatsen (het magnetisch veld is alleen maar een soort "koppeling" die een deel van de energie die ik op magneet 1 lever, overdraagt op magneet 2).
Tweede situatie:
zoals in de eerste situatie maar nu met tegengestelde polen (1 noordpool en 1 zuidpool) naar elkaar gericht. Als ik magneet 1 opschuif en dichter breng bij magneet 2, lever weerom ikzelf de benodigde energie om magneet 1 te verplaatsen. Beneden een bepaalde afstand zullen beide magneten elkaar voldoende beginnen aantrekken. Op dat ogenblik laat ik magneet 1 los. Beide magneten trekken elkaar verder aan en verplaatsen zich naar elkaar toe totdat ze elkaar fysisch raken. Wie/wat levert de energie voor deze laatste (= nadat ik magneet 1 losliet) verplaatsing?
Beste Dirk,
Het magnetische veld is meer dan een "koppeling tussen de twee magneten". Wat je hier ziet is dat in het magnetische veld zelf ook energie opgeslagen is. Dit kan je ook zien als potentiële energie van de magneten. Terwijl de magneten zich door hun onderlinge aantrekkingskracht naar elkaar toe bewegen (in jouw tweede situatie), onttrekken ze energie uit het magnetische veld (of verminderen ze hun potentiële energie).
Dit is vergelijkbaar met een massa in het zwaartekrachtveld. Als je een appel laat vallen, dan ondergaat de appel een versnelling. De arbeid die daarvoor nodig is wordt geleverd door het zwaartekrachtveld. Daarbij verlaagt de appel zijn potentiële energie.
Met vriendelijke groeten,
Philippe Tassin
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.