Op 20 maart 2015 hadden we een gedeeltelijke zonsverduistering. Maar de maan schuift toch iedere maand tussen de Aarde en de Zon, waarom dit dan pas weer in 2026 ?
Dat zou zo zijn indien de maan, de aarde en de zon in één vlak zouden bewegen. Dan zouden we bij elke nieuwe maan een zonsverduistering zien en bij elke volle maan een maansverduistering. Het zou op den duur gaan vervelen...
In realiteit maakt het baanvlak waarin de maan rond de aarde draait een hoek van iets meer dan 5° met het vlak waarin de aarde rond de zon draait, het 'eclitpicavlak'. Daardoor zien we de maan bij nieuwe maan bijna altijd onderlangs of bovenlangs de zon passeren. Dat kan dus tot vijf graden er onder of erboven zijn en dat is veel meer dan de diameter van de maan die aan de hemel slechts een halve graad is. De maan snijdt het eclipticavlak tweemaal per omwenteling maar de lijn aarde-maan wijst niet steeds exact naar de zon op dat moment.
Kijk even op bijgaande figuur : het witte vlak is het eclipticavlak met tweemaal de aarde en de baan van de maan in het rood. Die baan maakt dus een (hier overdreven) hoek met het eclipticavlak en snijdt dit in twee punten, twee "knopen", en hun verbinding is de knopenlijn. Telkens wordt de maan weergegeven als een zwarte bol in die baan. Links hebben we een zoneclips want de maan staat daar precies tussen de zon en de aarde. Op het moment dat de maan door het eclipticavlak gaat staat de zon immers toevallig in het verlengde van de knopenlijn.
Een maand later is de aarde (met haar maan) een eind in haar baan opgeschoven. Wanneer de maan nu weer "nieuw" is zien we de maan nu in een kleine hoek (blauw) onder de zon staan. Dus geen eclips. Ik doe hier alsof de orientatie van de knopenlijn een constante richting aanhoudt tegenover de sterren. Dat is niet zo, die lijn roteert ook langzaam. Maar dat maakt het allemaal nog ingewikkelder. De hoofdreden waarom we niet elke maand een zoneclips zien is dus het feit dat de maanbaan een hoek maakt het eclipticavlak.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.