Wil elke mens wel gelukkig zijn?

Patric, 65 jaar
22 oktober 2014

Als je ziet wat rondom ons gebeurt zou je wel eens twijfelen.

Antwoord

Beste Patric

Je vraag is heel eenvoudig geformuleerd maar bevat toch een paar heel belangrijke elementen, die ik hoop te kunnen verduidelijken in wat nu volgt. Het spreekt vanzelf dat mijn uiteenzetting een puur persoonlijke visie is, op basis van mijn interpretatie van "geluk", maar ik steun me hiervoor toch ook wel op het werk van anderen.

Over het thema "geluk" zijn duizenden boeken en artikels geschreven. Daar zal ik me nu niet ook nog eens aan wagen, maar mijn vertrekpunt zal het werkwoord "WIL" zijn uit je vraagstelling.

De westerse mens kampt met een obsessie: Gelukkig zijn
De vraag is alleen of hij daarvoor, zoals Raymond Van het Groenewoud het zingt, “alles wil geven”, letterlijk dan.

Wij associëren “geluk” met heel veel dingen, waaronder geld, bezit, geen stress, gezondheid, en vooral … afwezigheid van lijden,  want geldgebrek, verlangen, ziekte, enzovoort, brengen allemaal lijden met zich mee.

Maar geluk associëren met afwezigheid van lijden is fout. Geluksgevoelens zijn ten eerste heel tijdelijk en, ten tweede, wanneer we rondom ons kijken, lijkt iedereen gelukkig te zijn, behalve wijzelf. Ook dat is fout, want we beseffen niet dat die anderen net hetzelfde denken over ons.
Mijns inziens hebben we hier te maken met een begripsverwarring tussen "gelukkig zijn" en "blij zijn". Jeremy Bentham, de grondlegger van het utilitarisme, maakte diezelfde denkfout al wanneer hij geluk associeerde met een toename van genot en afname van pijn. Maar blijheid of euforie is dat tijdelijke gevoel dat wij ervaren wanneer wij een meevaller hebben, of een cadeau krijgen... terwijl "geluk" een bewustzijnstoestand is, die losstaat van tijdelijke momenten van blijheid of droefheid.

Wanneer we naar de kern van de zaak gaan, wanneer we alles doordenken tot de pure essentie, dan komen we tot de conclusie dat geluk gelijk is aan harmonie. Leven in harmonie is het ideaal van de taoïsten en dat gevoel ontstaat bij de afwezigheid van gehechtheid aan verlangen, de afwezigheid van WILLEN.

Binnen de psychotherapie is een methodiek gegroeid, bestaande uit zes vaardigheden (de kern van ACT, Acceptance and Commitment Therapy ) die ons kunnen helpen om terug te komen tot een bevredigend leven (http://nl.wikipedia.org/wiki/Acceptance_and_commitment_therapy):

  1. Acceptatie: aanvaard het feit dat er “lijden” is en verzet je er niet tegen. Aanvaard het feit dat er momenten van ongeluk en disharmonie zijn, zodat ze sneller voorbij gaan.
  2. Cognitieve defusie: leer jezelf los te maken van je gedachten, bekijk ze van op een afstand, zodat je ze niet meer probeert te onderdrukken of te vermijden. Het zijn tenslotte niet meer dan gedachten die de neiging hebben alle mogelijke richtingen uit te gaan. Door cognitieve defusie zul je vermijden dat je gedachten obsessioneel worden.
  3. Mindfulness: Leer je ervaringen in het hier-en-nu aandachtig te observeren en te ondergaan, zonder ze te willen vermijden, te controleren of vast te houden. Wees met je volle aandacht bij alles wat je doet, zonder aan multi-tasking te willen doen, zonder je lichaam het ene te laten doen, terwijl je gedachten met iets anders bezig zijn. Het is een vorm van “actieve meditatie”. Cfr. Thich Nath Hanh, Steps to Mindfulness = Leven in Aandacht
  4. Het observerende Zelf: de waarnemer. Leer jezelf zien in samenhang met je omgeving. Ieder van ons creëert zijn eigen wereld. Wij beschikken over dezelfde zintuigen, maar we nemen elk de omgeving op een andere manier waar, en we beïnvloeden door die waarneming de omgeving, net zoals de omgeving ons beïnvloedt.
  5. Waarden: Bepaal wat echt waardevol is in het leven en schep orde in die waardeschaal. Verhelder met andere woorden je waarden.
  6. Bewuste actie: engageer jezelf om je gedrag stap voor stap bewust te veranderen in de richting van de waarden waaraan je jezelf verbonden hebt. Zet je waarden om in de praktijk.

Om de woorden van Frans Goetghebeur te gebruiken, zou ik zeggen dat we tot een "nieuwe levenskunst voor het Westen", zouden moeten komen en daarvoor poneer ik drie stellingen:

  1. Onze problemen komen voort uit dualistisch denken, de scheiding van geest en lichaam.
  2. Experiëntele vermijding (ervaringen uit de weg willen gaan) is gevaarlijk.
  3. Leven in de verwondering laat het bevroren hart ontdooien: leer terug eenvoudig verwonderd te zijn als een kind en wees daar niet beschaamd over.

Daaraan koppel ik twee nieuwe houdingen:

  1. Mindfulness
  2. Aanvaarding en toewijding

Volgens Prof. dr. Ulrich Libbrecht (Drakenaders van mijn landschap), kampt de hedendaagse westerse mens met een drievoudige crisis:

  1. Is onze wereld een betere plaats geworden sinds de rede haar leidt? Een vraag waar maar al te graag volmondig en veel te snel “ja” op geantwoord wordt, met verwijzing naar de fameuze Verlichting en alle verworvenheden van de moderne techniek. Maar tegelijk ook een vraag waar Dijksterhuis in de jaren ’50 met zijn “De mechanisering van het wereldbeeld” al een serieus vraagteken achter plaatste, en terecht...

Onder de talrijke veranderingen die het wetenschappelijk denken over de natuur in de loop der eeuwen heeft ondergaan, is er nauwelijks een aan te wijzen, waarvan de uitwerking zo diep in de beschavingsgeschiedenis heeft ingegrepen als de opkomst en de ontwikkeling van de beschouwingswijze, die men de mechanische of mechanistische pleegt te noemen. Aan deze toch hebben de wetenschappen der anorganische natuur de sterke opbloei te danken gehad die zij sinds de zeventiende eeuw vertonen en waardoor zij de krachtige invloed op het gehele leven van de mens verwierven.

Er is een tijd geweest, waarin die invloed met al zijn directe en indirecte gevolgen in brede kringen als heilzaam werd beschouwd en toegejuicht. Voor de thans levende generatie is echter in ieder geval de ontwikkeling van de techniek, die van de bloei der natuurwetenschappen tegelijkertijd noodzakelijk gevolg en onmisbare voorwaarde is, reeds tot een benauwend probleem geworden: de overtuiging van haar onvermijdelijkheid en onmisbaarheid kan niet langer verhinderen, dat men zich bewust wordt van de gevaren op maatschappelijk en cultureel gebied die zij met zich meebrengt. Men begint zich af te vragen, of de opkomst der nieuwe natuurwetenschap inderdaad wel een reine zegen is geweest en of ze niet in vele opzichten als een vloek heeft gewerkt. Het proces van de mechanisering bleef daardoor niet langer een interne methodische aangelegenheid der natuurwetenschappen maar werd een probleem van cultuurhistorische aard, dat niemand, die in de lotgevallen van onze beschaving belang stelt, onverschillig kan laten.

E.J. Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld, Meulenhoff 1950

  1. Waar moeten we heen met onze emoties onder dit kille leiderschap van die rede? Kunnen wij nog onbevangen onze emoties beleven en uiten? Kunnen wij überhaupt nog omgaan met “negatieve” emoties en ervaringen?

Veel mensen ervaren hun leven als onbevredigend omdat zij last hebben van psychisch leed zoals angst, somberheid, onzekerheid of vermoeidheid. Pas als deze klachten overwonnen zijn, kan ik met mijn leven beginnen, zo is de overtuiging. De strijd tegen deze klachten staan dan centraal in het leven. (...) Het willen vermijden van psychische of lichamelijke pijn leidt tot een krampachtige poging om een half leven te leiden. Dit versterkt op de duur het psychisch leed. (…)

Er moet toch een sleutel zijn om gelukkig te worden. We gaan op zoek naar de truc voor een lang en gelukkig leven. We verslinden boeken en cursussen die ons beloven gelukkig te maken. We doen van alles om van onze depressies, angsten, pijn en/of onzekerheid af te komen. (...) We doen alsof we heel gelukkig zijn. En toch wil het maar niet echt lukken. De donkere wolken willen maar niet verdwijnen, zodat we eindelijk met ons leven kunnen gaan beginnen. Of de wolken zijn eindelijk verdwenen, we zitten klaar om gelukkig te zijn, en dan gebeurt er wel weer iets anders...

Bohlmeijer Ernst & Monique Hulsbergen, Voluit leven, Boom 2009

  1. Wat moeten wij aanvangen met onze fundamentele zijns- en zinvragen nu de religie hierop geen antwoord meer biedt? Heeft het nog zin die vragen te stellen? En, als het stellen van die vragen geen zin heeft, kunnen wij dan nog een zin geven aan ons bestaan? Waar moet die zin vandaan komen?

De pessimistische of ontmoedigende beschouwingen die ons in het Westen al twee generaties lang ingeprent worden, hebben redelijk desastreuze gevolgen. Als de mens niet meer in zichzelf gelooft, brengt hij monsters voort! Hij heeft zich met lichaam en geest aan God gegeven, maar nu voelt hij zich door Hem verlaten. Hij durft niet meer te praten over levensgeluk, omdat alles wat hem ooit hoop geboden heeft (filosofie, religie, morele bakens) verdwenen is. Freud zei zelfs: “In Gods scheppingsplan van de wereld staat nergens vermeld dat de mens gelukkig hoort te zijn.”

We zijn tegenwoordig geneigd om de mens te herleiden tot een amalgaam van genetisch materiaal, een hoeveelheid arbeidskracht voor anonieme mondiale structuren. De sociale verantwoordelijkheidszin kalft af. Onze persoonlijkheid en ons bewustzijn worden van hun substantie ontdaan. Daniel Goleman spreekt over een emotioneel analfabetisme. We zijn op het punt aangekomen waarop de overheid de bevolking moet aanmoedigen om de moed niet te verliezen (…). In de ontwikkelde landen lijdt twee derde van de mensen aan psychische aandoeningen! Langzaamaan verschuift de angst van de mens voor de dieren en de natuur naar een angst voor zijn soortgenoten… als hij al niet bezorgd is over zijn eigen innerlijke stem. “Dat is helemaal het toppunt”, zegt de boeddhist dan.

Goetghebeur Frans, De duizend gezichten van het boeddhisme, Lannoo 2009

Sommigen worstelen bewust met die crisis, maar velen doen dat onbewust… of, we kunnen ons ook afvragen in hoeverre velen niet bewust de kop in het zand steken en weigeren zich met die vragen bezig te houden onder een schouderophalend: “Och, zolang ik het maar goed heb,” of “Laat me met rust, ik heb geen tijd om me met dergelijke beuzelarijen bezig te houden,” of “Het is nu eenmaal zo, we kunnen daar toch niets meer aan veranderen”, enzovoort.

Trouwens, heeft het wel zin om te worstelen met vragen zoals die naar “de zin van het leven”? Ludwig Wittenstein had het in dat verband over zinloze vragen.
En Jaap van Heerden – geciteerd in Jean-Paul Van Bendegem, Tot in der eindigheid – drukt het als volgt uit in zijn bundel Wees blij dat het leven geen zin heeft:

… stel u eens voor hoe het zou zijn als het leven wel een zin had en wij die zouden weten. Dat zou een ware catastrofe zijn. De rampzalige gevolgen, die zich direct laten voorstellen, zouden verbijsterend zijn. We zouden wegzinken in een gigantische trog koud geworden griesmeelpap. Het dictaat van de zingeving zou elke beweging belemmeren, elk initiatief blokkeren en elk nieuw idee verschralen door de verplichte en onmiddellijke toetsing in welke mate het bijdraagt aan de alles overkoepelende bedoeling van dit leven. We zouden de zin van het leven slechts als doem kunnen ervaren. Elke stap zou een afwijking kunnen zijn. Het leven zou tot stilstand komen. Dat wil toch niemand. Wees blij dat het leven geen zin heeft.

Moraalfilosoof Jaap Kruithof beschrijft in De Zingever (1968, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij) de mens terecht als een betekenend, waarderend en agerend wezen.
Het leven, dat omschreven kan worden als een “bijzondere structuur van de stof, ontstaan op een bepaald moment in de geschiedenis van deze planeet”  (Kruithof) heeft geen zin an sich. Het is een emergente eigenschap van complexiteit zoals we zien in het werk van de cognitiewetenschap en wij, als intelligente wezens, zijn de zingevers. Wat wij er zelf van maken is de zin die het leven heeft, en wat dat betreft kunnen we ons de vraag stellen in hoeverre we op het juiste spoor zitten.

Als besluit zou ik graag stellen dat de mensen moeten ophouden met gelukkig te WILLEN zijn en daarvoor allerlei illusoire verlangens - materiële of geestelijke - na te jagen, want dat leidt enkel tot een toename van frustratie, zowel voor het individu als voor zijn omgeving.

Misschien heb ik nu wel veel te veel gepraat en geschreven. Toch hoop ik een antwoord gegeven te hebben op je vraag. Indien dat niet het geval zou zijn, mag je mij altijd contacteren en dan zal ik proberen mijn punten wat beter toe te lichten: johan.dhaenen@howest.be

Tot slot wil ik je toch graag nog een titel van een boek meegeven: Matthieu Ricard, Plaidoyer pour le bonheur. In Engelse vertaling: The skill of happiness.
http://www.matthieuricard.org/en/books/the-skill-of-happiness

Zijn stelling is heel duidelijk: Echt geluk vloeit voort uit empathie en altruïsme, niet uit egoïsme en ego-intentionaliteit.

Alhoewel niet hetzelfde is altruïsme onlosmakelijk verbonden met empathie of inlevingsvermogen, de kunde of vaardigheid om je in te leven in de gevoelens van anderen. Het zichzelf kunnen verplaatsen in anderen draagt bij tot het kunnen begrijpen van emoties van anderen en tot de communicatie met je medemens. Zonder empathie praat je langs elkaar heen of ontstaan er meningsverschillen. Empathie steunt ook op een goed 'lezen' of verstaan van verbale en non-verbale communicatieboodschappen van anderen.

In de woorden van Ricard: "We definiëren empathie hier als de mogelijkheid om affectieve resonantie te ervaren van de gevoelens van de ander en zich bewust te worden van zijn situatie. Empathie maakt ons in het bijzonder bewust van de aard en intensiteit van het lijden van de ander. Men zou kunnen zeggen dat empathie de transformatie van de altruïstische liefde naar medelijden katalyseert."

En, voor wat het waard is, nog even dit leuke artikel uit "Welingelichte kringen": de boeddhistische monnik is de gelukkigste man ter wereld. :) (knipoog)
http://www.welingelichtekringen.nl/samenleving/81157/boeddhistische-monnik-is-de-gelukkigste-man-ter-wereld.html

Reacties op dit antwoord

  • 05/12/2014 - Patric (vraagsteller)

    Ben nog aan het lezen en herlezen, maar alreeds ongelofelijk veel dank voor jouw héél uitgebreide antwoord op mijn vraag!

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be