Lijnenspectra, zoals in een gasontladingslamp, zijn het gevolg van het feit dat deeltjes in gassen bij lage dichtheden als vrij en onafhankelijk kunnen worden beschouwd. Dit betekent dat de karakteristieke spectraallijnen geinterpreteerd kunnen worden als straling afkomstig van het springen van elektronen tussen energieniveaus van de individuele atomen. In vaste stoffen, zoals het filament van een gloeilamp, geldt deze benadering niet meer omdat er in dit geval ongelofelijk veel mogelijkheden zijn waarop de atomen samen kunnen trillen en bewegen. De atomen als onafhankelijk beschouwen is niet langer correct en het is deze enorme thermische vrijheid die ervoor zorgt dat de energieniveaus van alle atomen samen veel complexer zijn dan die van een individueel atoom, met als resultaat dat een effectieve continue band van spectraallijnen wordt waargenomen.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.