Dag Chloe,
Als we in de chemie een stof A aanduiden als 'reducerend', wil dit zeggen dat stof A in staat is om een stof B te reduceren, terwijl stof A zal geoxideerd worden. Als we de verschillende suikers willen aanduiden als (niet)-reducerend, dan moeten we teruggrijpen naar de moleculaire structuur. Een eerste belangrijk onderscheid dat we dienen te maken is het verschil tussen de monosacchariden (opgebouwd uit één suikermolecule) en disacchariden (opgebouwd uit twee suikermoleculen). Alle monosacchariden (bv. glucose, fructose,...) zijn per definitie reducerend. Ze komen ofwel voor in een cyclische vorm ofwel een lineaire vorm. In de lineaire vorm valt de aanwezigheid van ofwel een aldehyde-functie (glucose) of keton-functies (fructose). De monosacchariden met aldehyde-functie zijn 'direct' reducerend. Echter, de suikers met keton-functies zoals fructose moeten eerst nog een kleine omlegging ondergaan in hun structuur zodat er alsnog een reducerend aldehyde wordt gevormd (dit gebeurt via het proces dat we aanduiden als keto-enol tautomerie). Voor de disacchariden (bv sucrose, lactose,...) is het antwoord minder eenduidig. Opnieuw moeten we hiervoor teruggrijpen naar de chemische structuur van deze moleculen. Er zijn twee mogelijkheden bij de vorming van een disaccharide: koppeling tussen de twee reducerende uiteinden van beide monosacchariden (zoals sucrose), of koppeling tussen het reducerend en niet-reducerend einde (zoals lactose). Het hoeft niet te verbazen dat in het eerste geval het disaccharide niet meer beschikt over een reducerende functie, in het tweede geval wel. Er bestaan verschillende testen om aan te tonen of een suiker al dan niet reducerend is, bv. de Tollen's test. Door de reactie tussen het reducerend suiker en Ag(NH3)2 wordt er een zilverspiegel gevormd.
Vriendelijke groet,
Willem Vannecke
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.