Dag Willy,
Het al dan niet voorkomen van bomen wordt bepaald door een combinatie van milieuvariabelen. Meestal zijn temperatuur en vocht de belangrijkste factoren die bepalen of er op een bepaalde hoogte bomen kunnen voorkomen. Vanaf een bepaalde hoogte wordt het te koud en ligt er gedurende een te lange periode sneeuw om boomgroei toe te laten. Ook is het doorgaans droger op grote hoogte, of fluctueert de hoeveelheid vocht te fel tussen de seizoenen (bijvoorbeeld veel smeltwater in de lente vs. een droge zomer). De hoogte waarop een boomgrens te vinden is kan verschillend zijn tussen gebergtes en hangt dus samen met milieufactoren: temperatuur, vocht en eventueel ook felle wind en het zoutgehalte van de bodem.
Ook de boomsoorten veranderen naarmate je stijgt in een gebergte: op lagergelegen stukken vind je van nature voornamelijk bladverliezende boomsoorten, terwijl de hoeveelheid naaldbomen toeneemt op hoger gelegen delen. Dit is geen toeval want naaldbomen zijn beter aangepast aan de minder gunstige omstandigheden op grote hoogte. Zo verliezen ze bijvoorbeeld veel minder vocht via hun naalden dan loofbomen via hun bladeren en het feit dat ze hun naalden het hele jaar door behouden zorgt ervoor dat ze het hele jaar door aan fotosynthese kunnen doen.
Met vriendelijke groeten,
Tanja
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.