We hebben altijd geleerd dat het oxidatiegetal bij verbindingen van dezelfde atomen 0 is, maar kan iemand me ook uitleggen hoe ze daaraan komen?
Dag Alexander,
het systeem van het werken met oxidatiegetallen is eigenlijk een uitvinding van chemisten om redoxreacties beter aanschouwbaar en begrijpbaar te maken. Het oxidatiegetal zelf werd door hen gedefinieerd als een getal dat de lading van een niet-gecombineerd atoom vergelijkt met zijn werkelijke lading of zijn lading in een verbinding.
Dat klinkt nogal technisch, maar is op zich niet vreemd. Zo is een chloor-atoom zoals het in het periodiek systeem der elementen voorkomt (dus met 17 protonen en 17 elektronen) juist één elementaire lading minder negatief geladen dan de lading van een chloride-ion (met 17 protonen, maar 18 elektronen). Daarom is het oxidatiegetal van het chloride-ion -I.
Je ziet dat deze manier van werken relatief is: je hebt een referentie nodig. Daarom heeft men als referentie gekozen dat een atoom zoals het in het periodiek systeem der elementen voorkomt, oxidatiegetal 0 krijgt.
Kijken we nu naar monoatomaire stoffen (O2, Cl2, S8, ...). We nemen als voorbeeld Cl2. In dat molecule zitten twee keer 17 protonen en alles samen 34 elektronen. Die elektronen bevinden zich even veel bij de ene als bij de andere chloor-kern; er is geen reden waarom dat niet zo zou zijn. Met andere woorden, elke chloor-kern heeft hier 17 elektronen. Dat is dezelfde situatie als het atoom in het periodiek systeem, en dus heeft het chloor-atoom oxidatiegetal 0. Dezelfde redenering is te maken voor alle andere monoatomaire stoffen.
Conclusie: het is een gevolg van de keuze van de referentiewaarde voor het oxidatiegetal.
Groeten,
Benjamien
Oké, bedankt voor de uitleg!
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Biochemie, biofysica, spectroscopie, microscopie, neurowetenschappen, virologie, gentherapie