De clusters (superclusters) hebben een niet gekende en verschillende massa die ook een verschillende roodverschuiving (redshift) aan het uitgezonden licht geven. Dus is bepalen van hun snelheid door de roodverschuiving foutief. Men kan hier dus niet eenvoudig het Dopplerverschijnsel toepassen. Hoe houdt men hier eventueel rekening mee? Maakt men geen fout omdat de massa van het sterrenstelsel ook redshifted?
Het effect van de massa op de roodverschuiving noemt men 'gravitationele roodverschuiving'. Het is echter een heel klein effect: voor de zon is het minder dan 1 km/s. Het effect is evenredig met de massa en omgekeerd evenredig met de straal van het object die de straling uitzendt: voor compacte objecten (witte dwergen, neutronensterren) is het dus groter, voor grote sterren is het kleiner. Het licht van sterrenstelsels wordt gedomineerd door heldere sterren, die in de regel minder verrood zijn door het effect dan de Zon. Het effect op de roodverschuiving van sterrenstelsels is dus minder dan 1 km/s, en dat is totaal verwaarloosbaar tegenover zowel de kosmologische roodverschuiving als de interne bewegingen binnen clusters.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.