Wat betekenen bepaalde prefixen eigenlijk voor de stam van een werkwoord?

Jo, 59 jaar
8 november 2012

Ik neem voor mezelf altijd het voorbeeld van de stam –leiden die door een aantal voorvoegsels een heel duidelijke invulling krijgt, bv. “af-“, “voor-“, “op”-leiden.
Minder evident vind ik het “impact” van de voorvoegsels “be-“, “ge-“, “ver-“, zeker als ze dan nog eens gecombineerd worden, cfr. “be-ge-“leiden. Een gelijkaardige oefening met deze prefixen voor –komen, -gaan, -nemen … puzzelt me steeds. En hier komen er door een aantal andere "situatieve" prefixen toch evidentere betekenissen bij, zoals "onder-","na-", "door-", "over-". Bestaat er zoiets als een ontstaanshistoriek van deze prefixen. "Be-ge-"leiden lijkt me bv. nog maar recent ontstaan?

Antwoord

Beste Jo

Waar "af", "voor" en "op" in "afleiden", "voorleiden" en "opleiden" vandaan komen, is inderdaad niet zo moeilijk te achterhalen. De elementen "af", "voor" en "op" zijn bijwoorden met een tamelijk makkelijk te vatten betekenis. Al eeuwenlang worden in het Nederlands nieuwe werkwoorden gemaakt door bijwoorden met werkwoorden te combineren.

Ook "verleiden", "geleiden", "begeleiden" enzovoort zijn ontstaan uit een taalsysteem waarin bijwoorden met werkwoorden gecombineerd werden. Aanvankelijk werden de bijwoorden gewoon vóór het werkwoord geplaatst, zodat het twee woorden bleven. Het bijwoord voegde dan een bijzondere betekenis toe aan het werkwoord. Zo kun je je een ontwikkeling voorstellen van eerst "af leiden" naar later "afleiden". Dat is dus met "ver-", "ge-", "be-", "ont-" ook gebeurd. Het verschil tussen "af", "voor", "op" enerzijds en "ge", "be", "ver", "ont" anderzijds is dat we bij de eerste reeks bijwoorden een betekenis kunnen bedenken, bij de tweede reeks niet. Het verschil tussen beide reeksen zit in de beklemtoning. De werkwoorden die gevormd werden met bijwoorden hadden oorspronkelijk allemaal de klemtoon op het bijwoord. Maar bij een aantal bijwoorden is die klemtoon in de loop van de geschiedenis naar achteren verschoven, weg van het bijwoord, waardoor de klinker in het bijwoord na verloop van tijd verdofte en dus een toonloze e werd. Zo is uit "voor" "ver" ontstaan, uit "ant" (= 'tegen', 'tegenover') "ont", uit "bij" "be" en uit "ge" of "gi" (wat oorspronkelijk 'samen' betekende) "ge". De oorspronkelijke betekenis van het verdofte bijwoord ging geleidelijk verloren, zodat het voorvoegsel op den duur niet meer een betekenis als los woord had, maar wel nog een vaag aan te voelen betekenis als voorvoegsel. In de nieuwe vorm als voorvoegsel ("ver", "ge", "be", "ont") kon het ook niet meer als los bijwoord gebruikt worden, waardoor de oorspronkelijke betekenis nog makkelijker verloren ging. Die nieuwe voorvoegsels ontwikkelden dan later verschillende betekenissen als voorvoegsel voor het maken van nieuwe werkwoorden. Dat maakt dat we nu bijvoorbeeld makkelijk van "lopen" en "springen" de nieuwe vormen "belopen" en "bespringen" kunnen maken. En minder voor de hand liggend ook: "bepotelen", "bevoelen", "bekegelen", "befietsen", "beskaten" ... "Skaten" (= skateboarden of inlineskaten). Je kunt zeggen "Ik ga vanmiddag een beetje skaten." Zoals je kunt zeggen "Ik ga het hele parcours eerst eens befietsen", zo kun je ook zeggen "Ik ga het hele parcours eerst eens beskaten". Dat bewijst dat we als taalgebruikers weten wat "be" betekent en welke functie het heeft als we nieuwe woorden maken. We denken bij het gebruik van "beskaten" absoluut niet meer aan het oorspronkelijke "bij", want "be" heeft nu een eigen betekenis en functie.

En bij "begeleiden" hebben we natuurlijk een ontwikkeling in twee fasen. Eerst ontstaat "geleiden" uit "ge" + "leiden". Later, als "geleiden" al een tijdje bestaat, ontstaat uit "geleiden" het werkwoord "begeleiden", zoals uit "lopen" het werkwoord "belopen" bestaat.

Met vriendelijke groet

Peter Debrabandere

Reacties op dit antwoord

  • 14/11/2012 - Jo (vraagsteller)

    Bedankt. Leuk vooral te weten waar de prefixen "ver-", "ont-", "be-" en "ge-" hun oorsprong vinden, ik kon er geen betekenis aan knopen. Dat venster heb je dus een beetje geopend. Tsjien,bij het gebruik van dit voltooid deelwoord kom ik opnieuw de "ge"-prefix tegen, ook met dezelfde betekenis als hierboven? Maar dat zou dan een nieuwe vraag zijn, misschien. Ben dus best tevreden met jouw uitvoerige respons!

  • 14/11/2012 -  (wetenschapper)

    Zoals eerder gezegd betekende "ge"/"gi" oorspronkelijk "samen". Het werd gebruikt in bv. "gebroeders" (= alle broeders samen) en "gebergte" (= alle bergen samen). Langzamerhand is die betekenis ("ge" = "samen") gaan vervagen. Het is dan gaan dienen om de voltooiing van een handeling uit te drukken en het werd een vast voorvoegsel van het voltooid deelwoord om het einde van een handeling aan te duiden.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Docent Peter Debrabandere

Nederlands Specialismen: Nederlands (algemeen), Nederlands in België (Belgisch-Nederlands), Standaardnederlands, taalnormen, taalveranderingen, taalzorg, taaladvies

Katholieke Hogeschool Vives
Doorniksesteenweg 145 8500 Kortrijk
http://www.vives.be

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be