Ik vraag mij af welke factoren de werking van een slingeruurwerk kunnen beïnvloeden.
Dag Esther
Heb jij misschien zo'n mooi uurwerk in huis?
Laten we eerst de domme oorzaken vermelden: je mag het uurwerk niet stoten of scheef hangen of anderszins de slingerbeweging hinderen. Of ook niet prutsen aan het schroefje onderaan de slinger.
Er mag ook geen stof op het uurwerk verzamelen of de olie in de lagers mag niet verharsen of uitdrogen, want dan draaien de radertjes slecht en valt de slinger stil.
Dat doen we dus niet, we gaan heel wetenschappelijk kijken wat de slinger zelf kan beïnvloeden.
De tijd die een slinger nodig heeft om van links naar rechts en terug naar links te slingeren is gegeven door een heel eenvoudige formule:
T= 2 π√(l/g)
Hierbij is: π = 3,14159...; l is de lengte tussen ophangpunt van de slinger en het midden van het gewicht onderaan; g geeft aan hoe sterk de aarde trekt aan een massa van 1 kg. T is dan gegeven in seconden, l in meter en g is ongeveer g = 9,81
Wordt de slinger langer, gaat hij trager (l is dan groter). Trekt de aarde iets minder, gaat hij ook trager (1/g is dan groter). Merk op dat T NIET afhangt van de grootte van het gewicht onderaan de slinger, noch van de hoek waarover geslingerd wordt.
De grootste invloed van de omgeving op de gang van een slinger is de temperatuur: als het warmer wordt, zet de staaf van de slinger uit (alle metaalstaven zetten uit als ze opwarmen), wordt die langer en gaat het uurwerk dus trager. Om het effect van de temperatuur te omzeilen, maakt men slingers waarvan de staaf vervangen is door een soort rooster: de staven in het rooster zetten bij opwarming tegen elkaar uit en de lengte van de slinger verandert dan niet.
De waarde van g verandert ook een beetje met de plaats op aarde; de slinger gaat iets vlugger op de pool en iets trager aan de evenaar; hij gaat trager op een berg dan aan zee.
De formule die ik opgaf mag je enkel toepassen bij slingers die maar een kleine hoek maken tussen de uiterste stand links en rechts (een graad of twee). Bij slingers die verder uitwijken (koekoeksklokken bv.) hangt T ook af van die hoek: hoe groter de hoek hoe groter de slingertijd.
Als je klok opgewonden wordt met een sleutel, d.w.z. dat een veer opgewonden wordt, dan zal de opgewonden veer bewerken dat het radertje dat de slinger aandrijft meer kracht krijgt en de slinger gaat verder uitwijken en dus trager slingeren dan als de veer bijna ontspannen is. Maar als je een duur uurwerk hebt dan heeft de maker dat voorzien en een mekaniekje ingebouwd dat de kracht op het wieltje constant houdt. Uurwerken die aangedreven worden door gewichten die dalen hebben dit nadeel niet.
Ten slotte is er nog de luchtdruk: is die groter, dan is de luchtdichtheid groter en wordt de slinger meer afgeremd. Dit is een heel klein effect dat je bij je klok niet gaat merken en slechts bij de meest nauwkeurige uurwerken, zoals die in sterrenwachten, moet in acht genomen worden.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
fysica, speciaal klassieke theoretische mechanica, electromagnetisme, quantummechanica, geschiedenis van de fysica .