Waarom werden sommige substantieven vroeger met -sch geschreven en andere, gelijkluidende, niet?

Hettie, 55 jaar
23 maart 2012

Hoe luidde de grammaticale regel daarvoor?

Antwoord

Dat sommige woorden vroeger met -sch geschreven werden en andere met -s, hoewel ze allemaal eindigden op de klank s, heeft met de verschillende oorsprong van al die woorden te maken. Woorden die met -sch geschreven werden, gaan terug op een Germaans woord met de medeklinkercombinatie sk. De andere woorden niet.

De Germaanse medeklinkercombinatie sk is nog lange tijd in het Nederlands blijven leven. In het Middelnederlands werden woorden met sc- geschreven en met sk- uitgesproken. Denk maar aan scriven (schrijven), scone (mooi). In sommige Nederlands dialecten, bijvoorbeeld in het zuiden van West-Vlaanderen, is dat nog steeds zo. Maar de Nederlandse standaardtaal heeft van die oorspronkelijke sc- in het begin van een woord overal sch- gemaakt: schrijven, schoon (dat nu niet meer 'mooi' betekent, maar 'niet vuil'). In het begin van een woord komen vandaag spelling (sch) en uitspraak (sch) met elkaar overeen.

Als die medeklinkercombinatie -sk achteraan in een woord stond, is die al vrij snel via de uitspraak -sch tot -s geworden. Maar in de spelling is nog lang vastgehouden aan de spelling met -sch, die dus herinnert aan de oorspronkelijke -sk (aanvankelijk in het Nederlands heel lang geleden -sc gespeld, maar al snel in het Middelnederlands -sch gespeld). Het gaat hier om woorden als bosc(h), visc(h), mensc(h)e, vleesc(h). Die spelling met -sch is tot diep in de 20e eeuw de officiële spelling gebleven in bosch, visch, mensch, vleesch, al sprak al heel lang niemand die woorden in de standaardtaal nog met -sch uit. Dat we nu al meerdere decennia bos, vis, mens, vlees schrijven, komt doordat we nu algemeen als principe hanteren dat we sch alleen maar schrijven als we ook sch horen.

Er is één uitzondering op die regel, namelijk het achtervoegsel -isch, zoals in fysisch, logisch, Belgisch, pedagogisch, poëtisch. Er zijn in de voorbije eeuwen voorstellen geweest om dat achtervoegsel als -ies te gaan schrijven, maar dat voorstel heeft het nooit kunnen halen. Het Nederlandse -isch gaat oorspronkelijk terug op het Duitse -isch, dat gegroeid is uit het Germaanse -isk-. Het gaat hier dus ook om de Germaanse medeklinkercombinatie sk. Maar het Nederlandse achtervoegsel -isch is niet rechtstreeks uit het Germaans ontstaan, wel via ontlening van Duitse woorden die op -isch eindigen. Die ontlening aan het Duits vond plaats in de 16e, 17e en ook nog 18e eeuw. Daarnaast zijn ook heel wat Nederlandse woorden met -isch aan het Frans (-ique) en het Latijn (-icus) ontleend. Bij die ontlening zijn -ique en -icus door -isch vervangen. Na verloop van tijd is -isch in het Nederlands een autonoom achtervoegsel geworden, een eigen Nederlands woordvormingselement. Door die ontwikkelingen is het vaak niet mogelijk om met zekerheid uit te maken of een woord met -isch nu aan het Duits ontleend is, of via een Frans woord met -ique of zelfs later via het Engelse woord met -ic. Het is namelijk bij een aantal woorden best mogelijk dat niet het Duitse woord met -isch model gestaan heeft, maar wel het Franse met -ique of het Engelse met -ic, waarin dan het Franse of Engelse achtervoegsel gewoon vervangen werd door het Nederlandse -isch.

Bronnen:
- Marlies Philippa, Frans Debrabandere, Arend Quak, Etymologisch woordenboek van het Nederlands: A-E, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2003.
- Marlies Philippa, Frans Debrabandere, Arend Quak, Etymologisch woordenboek van het Nederlands: F-Ka, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2005.
- Marlies Philippa, Frans Debrabandere, Arend Quak, Tanneke Schoonheim & Nicoline van der Sijs, Etymologisch woordenboek van het Nederlands: Ke-R, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2007.
- Marlies Philippa, Frans Debrabandere, Arend Quak, Tanneke Schoonheim & Nicoline van der Sijs, Etymologisch woordenboek van het Nederlands: S-Z, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2009.



Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Docent Peter Debrabandere

Nederlands Specialismen: Nederlands (algemeen), Nederlands in Belgiƫ (Belgisch-Nederlands), Standaardnederlands, taalnormen, taalzorg, taaladvies

Katholieke Hogeschool Vives
Doorniksesteenweg 145 8500 Kortrijk
http://www.vives.be

Zoek andere vragen

© 2008-2024
Ik heb een vraag wordt gecoƶrdineerd door EOS vzw