In de vrije natuur komen ongeveer tachtig verschillende soorten krokus voor. Oorspronkelijk vinden we deze soorten in het gebied rond de Middellandse Zee tot in het westen van China. Verschillende van deze soorten werden reeds in de zeventiende eeuw aangeplant in tuinen in onze streken.
Sommige soorten bloeien heel vroeg op het jaar, zoals de boerenkrokus (Crocus tommasinianus) (bleek paars) of de gele krokus (Crocus flavus).
Er zijn echter ook krokussoorten die heel laat in het jaar bloeien, de herfstbloeiende krokussen zoals Crocus ochroleucus die in november kan bloeien. Het gaat hier over echte krokussen, niet over de herfsttijloos (Colchicum).
Bovendien beïnvloedt de standplaats ook in zekere mate de bloeiperiode van een plant. Op een beschutte plek ontwikkelen planten zich sneller dan op een onbeschermde plaats. Zo bloeiden de boerenkrokussen in mijn beschutte tuin in het centrum van een stad reeds in januari dit jaar, wat erg vroeg was.
Ten slotte werden verschillende wilde soorten door tuinbouwkundigen gebruikt om door kruisingen 'rassen' te ontwikkelen, bij sommige van deze rassen werd het kenmerk 'vroege bloei' gestimuleerd.
Zoals je ziet zijn er verschillende elementen die het antwoord op je vraag beïnvloeden. Het is dus niet zo dat gele krokussen per definitie eerder bloeien dan witte of paarse. Wel is er een wilde Europese soort, de gele krokus (Crocus flavus), die vroeg op het jaar bloeit. Maar in onze tuinen vinden we nog andere krokussen met andere kleuren die ook heel vroeg kunnen bloeien, en er zijn er zelfs die in de herfst bloeien.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.