Hoe kan men de uitdeining van het heelal detecteren?

Johan, 51 jaar
24 juni 2011

Wetenschappers gaan ervan uit dat het heelal voortdurend uitdeint. Hoe hebben ze dat eigenlijk kunnen vaststellen? Ik kan wel begrijpen dat men aan de hand van het hubble effect (roodverschuiving van een groot aantal melkwegstelsels) kan opmerken dat deze zich van elkaar verwijderen, maar dat duidt er volgens mij enkel op dat deze melkwegstelsels zich binnen het heelal van elkaar weg verplaatsen. Het heelal op zich zou zelfs nog veel groter kunnen zijn. Misschien zou je zelfs kunnen stellen dat het mogelijk zou kunnen zijn dat er zich binnen het heelal nog meerdere zogenaamde Big Bangs hebben voorgedaan.

Antwoord


De eerste waarneming is inderdaad dat - op grote schaal - alle sterrenstelsels zich van elkaar verwijderen.  Eerst had men vastgesteld dat ze meestal van ons weglopen.  Dan heeft Hubble gevonden dat er in dat weglopen systematiek zit, namelijk dat hoe verder ze staan hoe sneller ze weglopen.  Hetgeen betekent dat iemand in een ander melkwegstelsel ook iedereen van hem ziet weglopen, volgens dezelfde wet.  Het hele heelal breidt dus uit. 

Als je je dan afvraagt hoe lang dit al kan bezig zijn, dan geeft de afstand gedeeld door de snelheid een tijdschaal.  Als de expansie steeds met dezelfde snelheid is gebeurd (wat niet het geval is) dan is dat meteen de ouderdom van het heelal.  En dan is er die merkwaardige vaststelling dat die tijdschaal goed spoort met de ouderdom van de oudste sterren in het heelal.  Een ouderdom die op een heel andere manier wordt bepaald.  En dus een coherentie verleent aan de interpretatie.

Dan zijn er nog de twee andere klassieke argumenten: de oerknal moet heet geweest zijn, en straling achtergelaten hebben, die we vandaag nog moeten zien en inderdaad terugvinden; uit de temperatuur van die straling kunnen we narekenen wat er heel vroeg is gebeurd, en vinden we dat dan juist genoeg helium moet gemaakt zijn om te verklaren wat we vandaag zien.  En het gaat steeds verder.  Door de achtergrondstraling te bestuderen kunnen we de condities bestuderen die de latere fasen hebben ingeleid, en vergelijken met wat we zien, en het is allemaal heel mooi en intrigerend.

Maar al dat moois zegt ons niet direct hoe groot het heelal wel is.  En ook niet of onze oerknal 'eenmalig' was (ik zet dat tussen aanhalingstekens omdat hij voor ons wel in zekere zin eenmalig was, als het begin van onze tijd).  Er is nog plaats voor veel verwondering, wees gerust!

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be