Volgens de relativiteitstheorie verstrijkt de tijd langzamer voor iemand die zich met een bepaalde snelheid (alleen relevant indien die de lichtsnelheid benadert) van de aarde beweegt. Klassiek zegt men altijd dat een ruimtereiziger relatief jong is gebleven in vergelijiking met de thuisblijvers.
Echter diezelfde relativiteitstheorie zegt ook dat we evengoed kunnen stellen dat de aarde zich met een bepaalde snelheid beweegt in tegenoversgestelde richting van de ruimtereiziger. Dus wie veroudert nu het meest ten opzichte van wie ?
Het is niet zo dat je de rol van de thuisblijver en de reiziger kan omwisselen met het argument dat ze tegenover elkaar met een constante snelheid bewegen. Dat doen ze namelijk niet. Tijdens de heenreis beweegt de reiziger weg van de aarde, maar tijdens de terugreis in de richting van de aarde. De reiziger maakt dus gebruik van twee verschillende referentiekaders, die elk op zich wel symmetrisch uitwisselbaar zijn met kader van de aarde, maar niet samen. De thuisblijver blijft wel steeds in zijn kader dat met constante snelheid beweegt, maar de reiziger doet dit niet. Hij moet halfweg, op het verste punt van zijn reis van kader wisselen. Hij moet afremmen, omkeren en weer versnellen. Zelfs indien hij dit ogenblikkelijk doet is de situatie is niet symmetrisch. De reiziger gebruikt twee kaders die tegenover bewegen. De thuisblijver zal bij de reunie ouder zijn dan de reiziger.
U begrijpt dat dit forum niet de mogelijkheid biedt om veel formules aan te bieden, en in zo'n geval probeer ik de vraagsteller een link op internet aan te bieden waar de nodige formules, grafieken... staan. Kijk eens op :
http://www.einsteins-theory-of-relativity-4engineers.com/twin-paradox-2.html
Daar wordt het probleem eens bekeken vanuit het kader van de thuisblijver. De aarde staat dus ruimtelijk stil, en de reiziger maakt een heenbeweging en een terugbeweging.
Maar daarna wordt het ook eens bekeken vanuit EEN VAN DE twee kaders van de reiziger, namelijk het referentiekader van zijn terugkeer. Nu beweegt de thuisblijver gans de tijd met een constante snelheid, en de reiziger beweegt eerst met een dubbele snelheid ( = zijn heenreis, tegenover het meebewegend kader van zijn terugreis) en staat vervolgens stil (zijn terugreis). In beide gevallen komt men tot dezelfde conclusie : de thuisblijver is op het einde ouder dan de reiziger.
Surf anders ook eens op de trefwoorden "twin paradox".
Maar, de situatie van onze tweeling is niet symmetrisch uitwisselbaar, want de ene blijft steeds in zijn eigen kader, en de andere wisselt halfweg van referentiekader.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.