In het begin wel. Honderd gram is honderd gram, en je weegschaal merkt die.
Maar je lichaam begint meteen om dat voedsel te verteren. Een deel wordt omgezet in kooldioxide (ook gekend als CO2) en dat adem je uit. Een ander deel eindigt als water, en dat adem, plas en zweet je uit. Bij die omzettingen wordt energie geproduceerd, en daar is het je lichaam om te doen.
Een klein deel wordt gebruikt voor reparatiewerken aan je lichaam. Bijvoorbeeld het vervangen van afgesleten huidcellen (het grootste deel van wat er in de stofzuigerzak terechtkomt, zijn stukjes afgesleten mens, plus nog wat zand). Van die reparaties word je niet zwaarder: je lichaam vervangt delen die verdwenen waren, of stukken die niet goed meer werken. Die versleten stukken worden dan zelf ook weer verteerd.
Als je nog jong bent, gebruikt je lichaam een deel van je voedsel ook voor nieuwbouw. Daardoor word je groter - en zwaarder.
Als je meer eet dan je nodig hebt, zet je lichaam het overschot om in vet, als reserve voor hongerige tijden. Maar in ons rijke land breken die hongertijden nooit aan. Dat vet is extra gewicht. Je raakt het alleen nog kwijt door op dieet te gaan (zelf een hongersnood te veroorzaken), of door veel te bewegen. Zoveel dat je meer energie verbruikt dan je laatste maaltijd kan leveren. Dan wordt het vet verbrand om extra energie te leveren. Daarbij wordt dat vet omgezet in kooldioxide en water, die uit je lichaam verdwijnen.
Wat niet opgebrand, ingebouwd of in vet omgezet wordt, reist verder door je darmen en komt er achteraan weer uit.
Dus: uiteindelijk blijft er van die honderd gram niets in je lichaam achter. Tenzij je meer at dan je nodig had.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.