Ik ga ervan uit dat in de loop der tijden de mens het idee kreeg dat hij iets schiep, terwijl we weten dat de stoel die hij heeft gemaakt alleen maar omgevormde materie is. De mens zaagt een boom, maakt planken en hieruit een stoel. Scheppen is er niet bij. De populaire vraag "Maar wie schiep de aarde en het heelal dan?" is dan gewoon een slechte vraag, waar uiteraard geen antwoord op bestaat en alleen beantwoord kan worden door een godsbeeld. Als ik dit naar voren schuif in een gewone discussie zie ik de anderen denken dat ik toch wel een rare kwiet ben. Dat is waar natuurlijk, maar graag leg ik dit standpunt voor omdat het zelfingenomen gelijk toch graag wordt tegengesproken.
Beste Daniel,
Een erg boeiende vraag! Al bestaat er natuurlijk geen“wetenschappelijk” antwoord op en is je hypothese even plausibel als elke andere die tussen pot en pint verwoord wordt. Toch wil ik iets dieper ingaan op de structuur van je redenering: een projectietheorie. Anderen zijn waarschijnlijk beter aangewezen om je vraag te beantwoorden, maar aangezien projectietheorieën mij mateloos interesseren, geef ik je toch volgende bedenkingen mee.
Voor ik begin toch even aanhalen dat de formulering van je vraag voor mij wat onduidelijk was. Je zegt dat “de mens het idee kreeg dat hij iets schiep, terwijl we weten dat de stoel die hij heeft gemaakt alleen maar omgevormde materie is.” De mens kreeg dus een idee, maar die idee klopte niet volgens jou? Als de mens desondanks dat idee kreeg, dan is het voor hem toch niet nodig om een godsbeeld te ontwikkelen? Ik ga er gewoon even vanuit dat de formulering van jouw vraag misschien niet helemaal strookt met hoe je het bedoelde.
Eén van de meest bekende projectietheorieën is die van de filosoof Ludwig Feuerbach zoals hij die in het lang en in het breed ontwikkelde in Das Wesen des Christentums (1841). Iedereen die iets van filosofie kent, zal je waarschijnlijk vertellen dat Feuerbach beweerde dat: “God een projectie van de mens was en dat wij bijgevolg zelf zijn wat we aan God toeschrijven.” Toch doet deze erg korte formulering onrecht aan de complexiteit van wat Feuerbach bedoelde.
Het ging hem ondermeer om een kritiek van het “egoïsme”, een houding die hij in verband bracht met “het scheppen uit het niets” (het scheppingsverhaal). Iemand die denkt vanuit “een schepping uit het niets” ziet de werkelijkheid als zijn eigendom waarmee hij kan doen en laten wat hij wil. De religie legitimeert dus het “egoïsme”, volgens Feuerbach. Toch is het “wezen” van de religie iets anders, maar dat andere komt pas naar voren als we de projectie van ons “innerlijke wezen” op God, opnieuw op onszelf betrekken en onszelf daarbij niet als één persoon zien die los staat van al de rest. Dat is namelijk wat God is volgens Feuerbach, een geïsoleerd “ik”. Door het “ik” uit zijn hemel te sleuren en weer op aarde te brengen, maken we er een algemeen principe van: de mens. Niet de individuele mens als individuele persoon (want dat was onze God), maar de mens als “soort wezen”. We kunnen onszelf duszien als datgene dat we “werkelijk” zijn: “lid” van de mensheid. Klinkt allemaal heel humanistisch natuurlijk, ondanks de smerige antisemitische ondertoon van Feuerbachs betoog…
Kortom, misschien kan je je eigen projectietheorie wat opentrekken? Je toehoorders zullen je er zeker dankbaar voor zijn en je zeker een even grote “kwiet” vinden. Projecteren we –als ik je redenering zou volgen- naast het vermogen tot “scheppen” ook niet andere vermogens op god? Of liever, volstaat jouw verklaring wel om om het even welk godsbeeld te verklaren, of hooguit het feit dat nagenoeg elke religie een scheppingsverhaal heeft...
Bovendien moet je eens nagaan of het überhaupt wel zo is "dat in de loop der tijden de mens het idee kreeg dat hij iets schiep, terwijl we weten dat de stoel die hij heeft gemaakt alleen maar omgevormde materie is.” Ik denk namelijk dat iemand die een stoel maakt weldegelijk een stoel “schept” en het feit dat hij dat uit materie doet, onderscheidt hem weliswaar van de god in het scheppingsverhaal, maar doet niets af aan zijn “schepping”. Duidelijker gezegd, ik denk niet dat een beeldhouwer die uit een stuk marmer een standbeeld maakt, zich achteraf de haren uittrekt en uit pure frustratie omdat hij de steen zelf niet geschapen heeft, dan maar één of ander godsbeeld gaat ontwikkelen. Hij zou nogal een “rare kwiet” moeten zijn.
De vraag naar “wie” of “wat” de aarde,materie enz. geschapen heeft, lijkt mij ook geen juiste vraag, maar volgens mij komt die gewoon voort uit het cliché van de “filosofische verwondering” (“waar komt wat ik om me heen zie, vandaan?”) en niet zozeer uit het feit dat de mens vanaf een bepaald moment “het idee kreeg dat hij iets schiep” en dan nadien eventueel gefrustreerd raakte omdat hij dan toch niet zelf bleek te scheppen.
Ik hoop dat ik je “zelfingenomen gelijk”een beetje heb kunnen “tegenspreken”?
Met vriendelijke groeten,
Drs. Widukind De Ridder
Eigenlijk is de vraag toch wat beantwoord. Toch even verduidelijken wat ik met de stoel bedoel: - de mens loopt onbezorgd rond en zonder dat hij de fysicawetten kent of er zelfs maar enigzins in geinteresseerd is, vindt hij dingen uit. Een bijl, een boog, enz... De mens vind dus van zichzelf dat HIJ wat gemaakt heeft. - vervolgens stelt hij zich de vraag wie er dan zijn werkelijkheid heeft gemaakt. - ook in de taal, een tooltje dat deze mens gebruikt, sluipt die vorm van denken binnen.(Ik heb een stoel gemaakt) - maar wie zegt dat de natuurlijke toestand (wat is natuurlijk en bestaat iets dergelijks wel) er één is waarin iets (materie of deeltjes of...) tastbaars wordt geschapen ? Dat is gewoon een manier van de wereld bekijken. Misschien zou een volwassen antwoord "Ik weet het niet en dat is het enige dat ik kan vaststellen" moeten zijn, ipv er een God achter te zoeken die net hetzelfde doet als de mens. Dat is ook een stokpaartje van mij: je kan honderden vragen bedenken waar geen antwoord op te vinden is omdat de vraag zinloos is. Dan is de vraag fout, en verdient ze geen antwoord. Leg me dus een stelling met bewijs voor ter discussie, geen wilde veronderstelling. Dat komt wat mij betreft aardig in de buurt van het idee van "egoïsme", hoewel ik eerder dacht aan pretentie, maar alles van uw antwoord wel gelezen is egoïsme misschien toch een betere benadering. Opentrekken had ik al gedaan: schept de mens geen muziek, design, kunstwerken... Met andere woorden de vorm. Het idee van het teruggeprojecteerde ego ga ik wat uitdiepen. De vraag "waar komt wat ik om me heen zie, vandaan?" wordt tussen pot en pint in de praktijk vaak "en wie heeft er dan de aarde geschapen", vandaar mijn oorspronkelijke vraag. Persoonlijk draai ik de zaken ook graag om: als Daneels zich de vraag stelt wie (GOD natuurlijk impliceert hij) zo geregeld heeft dat de aarde op net de juiste plek in het heelal ligt om leven mogelijk te maken, en dat het heelal zoals we het kennen net geschikt is om met dit evenwicht de fysische wetten die zo noodzakelijk zijn voor het leven mogelijk te maken ( zo nipt dat er wel een GOD achter moet zitten), denk ik gewoon dat in de gegeven omstandigheden talloze andere mogelijkheden tot een denkende enthiteit werden uitgesloten en één mogelijke (wellicht zijn er in dit of een ander heelal nog andere) soort levensvorm op natuurlijke wijze zich heeft gevormd. Volgens mij verlegt Danneels het godsbeeld telkens een stapje naarmate de wetenschap dichterbij komt. Het is ook een beetje het verhaal van de kip en het ei: als er geen mens werd gevormd was er ook geen sprake van een menselijk godsbeeld. Hoe zou een konijn god zien? Het godsbeeld dat ik rond mijdikwijls ervaar is trouwens geen gesofistikeerde God: als ik zie hoe mensen bidden om bijstand bij een voetbalwedstrijd, dan is mijn respect ver zoek. Dat gaat dikwijls gepaard met het verwijt dat wetenschap ook een vorm van geloven is, wat ik dan weer moet weerleggen omdat er: - een wetenschappelijke methode is - controleerbaarheid is - de wetenschap zich kwetsbaar opstelt omdat we ervan uitgaan dat wat we wetenschappelijk hebben ontdekt kan tegengesproken worden door een volgend experiment, en dat dit algemeen aanvaard wordt. Over het algemeen laat ik de mensen trouwens in hun waarde, tenzij men aan het leuren is met Lourdesreizen of gezegende kaarsen. Tenslotte nog een leuke ervaring: Een -jonge- joodse collega is me eens privé komen opzoeken, omdat ik hem duidelijk gemaakt had niet gelovig te zijn en toch in morele dilemmas een fatsoenlijk standpunt leek te hebben, met de vraag: "Als je niet gelooft, waar haal jij dan je moraliteit vandaan?" Hij was stomverbaasd dat er zulke wezens bestaan. Met dank voor het interessante antwoord dus.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.