Antwoord
Beste Jan,
Je stelt een interessante vraag, maar haalt enkele zaken door elkaar, en niet alle informatie die je aanhaalt is juist. Ik probeer enkele dingen op een rijtje te zetten.
Het Nederlands kent dezelfde naamvallen als het Duits. We noemen ze doorgaans: nominatief, accusatief, datief en genitief. De termen 'gezegde', 'meewerkend voorwerp', enz. duiden op functies binnen een zin, waarvoor die naamvalsvormen gebruikt kunnen worden.
Het is belangrijk om te weten dat het Nederlands niet afkomstig is van het Duits. Het zijn twee aparte talen, beide met een eigen geschiedenis (Oudnederlands - Middelnederlands - Nieuwnederlands -- Oudhoogduits, Middelhoogduits, Nieuwhoogduits). Toch hebben ze beide een gemeenschappelijke 'voorvader' (het zogenaamde West-Germaans); we spreken over verwante talen (zoals ook Frans en Spaans verwant zijn, met het Latijn als 'voorvader'), wat dus verklaart waarom ze sommige structuren en/of woorden delen. Een woordgroep als 'lam Gods' is dus geen "overblijfsel van het Duits", maar is wel een (oudere) Nederlandse vorm. In het hedendaagse Duits komen gelijkaardige genitiefvormen gewoon nog frequenter voor dan in het hedendaagse Nederlands. Toch komen vergelijkbare vormen in het moderne Nederlands ook nog vaak voor: de -s in voorbeelden als
(1) Jans fiets
(2) papa's auto
is ook een genitiefuitgang. Bezitsrelaties kunnen in het Nederlands echter op verschillende manieren worden uitgedrukt. Denk bijvoorbeeld aan:
(3) Jans fiets. (= met een achtervoegsel, -s)
(4) Jan zijn fiets. (= met een bezittelijk voornaamwoord, bv. zijn; vooral spreektalig)
(5) De fiets van Jan. (= met van)
Naamvallen komen in het Nederlands dus ook nog voor, en niet alleen bij zelfstandige naamwoorden (zoals hierboven). Ook bij lidwoorden (de, het een) is de rol van de naamvallen nog enigzins zichtbaar. Bijvoorbeeld:
(6) Woordenboek der Nederlandse taal (= genitief enkelvoud, vrouwelijk)
(7) De heer des huizes (= genitief enkelvoud, onzijdig)
Dat deze genitiefvormen aan het verdwijnen zijn, weet je doordat de vormen in (6) en (7) al redelijk ouderwets klinken; het zijn min of meer versteende uitdrukkingen. Bij voornaamwoorden wordt de genitief wel nog vaak gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan de mannelijke en onzijdige genitiefvorm van wie. In plaats van
(8) Van wie is deze auto?
kan je ook zeggen:
(9) Wiens auto is dit?
Om te illustreren dat 'genitief' niet hetzelfde is als 'bezitsvorm', kan je bijvoorbeeld denken aan uitdrukkingen als:
(10) Ik wil iets lekkers.
(11) Hij wenste hem veel liefs.
Daarin wordt de genitief-s achteraan een bijv. naamwoord geplakt om een hoeveelheid aan te geven.
Reacties op dit antwoord
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.