Pinguïns brengen een groot deel van hun leven door in het water op zoek
naar voedsel. Rond antarctica maken ze bovendien vaak van de vele
ijschotsen om uit te rusten. hierbij kunnen ze grote afstanden af
leggen. Dit maakt het moeilijk voor biologen om precies te zeggen waar
ze voorkomen. Pinguïns vormen echter grote kolonies voornamelijk om
zich voort te kunnen planten. Biologen gebruiken de plaatsen van deze
kolonies om te bepalen waar een soort voorkomt.
Er zijn in totaal een 16-tal soorten piguïns,hiervan leven 5 soorten pinguïns op Antarctica en de omliggende eilanden. In de link is er een interactief kaartje met verspreiding van alle soorten.
de keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri) (op het kaartje Emperor Penguin)
de adéliepinguïn (Pygoscelis adelliae) (op het kaartje Adelie Peguin)
de ezelspinguïn (Pygoscelis papua) (op het kaartje Gentoo Penguin)
de stormbandpinguïn (Pygoscelis antarctica) (op het kaartje Chinstrap Penguin)
de macaronipinguïn (Eudyptes chrysolophus) (op het kaartje Macaroni Penguin)
De keizerspinguïn is niet alleen de grootste pinguïn het is ook de meest antarctisch pinguïn. Deze broedt op het antarctische continent en dit zelfs tijdens de zeer koude winter (maart tot december). Ze overleven door heel dich bij elkaar te gaan staan en hun ei stevig tussen hun pootjes en lichaam warm te houden.
De Adéliepinguïn broed ook heel ver naar het zuiden maar ze broeden eerder in de lente (september-december). Nadat ze gebroed hebben reizen heel ver weg op zoek naar voedsel en komen pas het volgende jaar terug.
De kinbandpinguïn heeft een verspreiding tussen de adéliepinguïn en de ezelspinguïn in. Niet zo ver naar het zuiden als de adéliepinguïn maar ook niet zo ver naar het noorden als de ezelspinguïn. De soortkomt voornamelijk voor op het antarctisch schiereiland en een paar eilanden meer naar het noorden. Tijdens de winter verlaten deze pinguïns hun kolonies en kunnen ten noorden van het zeeijs gevonden worden.
De ezelspinguïn komt vooral voor in sub-antarctische gebieden maar kan ook op het antarctische schiereiland teruggevonden worden. Dit is een van weinige antarctische pinguïns die soms het hele jaar in de buurt van zijn kolonie blijft.
De macaronipinguïn met zijn gekke gele veren komt voor in de sub-antarctische gebieden en het antarctisch schiereiland maar ook in delen van Zuid-Amerika
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.