Indien een waarnemer in de oorsprong O van een inertiaalstelsel een object zou afvuren (een object dat continu licht uitzendt) met de lichtsnelheid, zou het licht van het object dan nog tot bij de waarnemer geraken? Ik weet dat hiervoor een oneindige arbeid nodig is (voor een deeltje met massa) en dit bijgevolg onmogelijk is, maar indien deze factor verwaarloosd wordt, geraken de fotonen die dit object uitzendt met de lichtsnelheid (in de richting van de waarnemer) dan nog tot bij de waarnemer?
Aan de ene kant zou ik denken van wel, omdat de snelheid van het licht invariant is, en aangezien het object zich ooit in punt P zal bevinden (op de baan), dan zullen er toch fotonen vanuit het punt P vertrekken naar O aan de lichtsnelheid (en zullen ze toch ook O bereiken)?
Maar aan de andere kant, als je naar de formules kijkt voor de tijdsdilatatie, dan wordt de noemer nul en staat de tijd dus stil (het tijdsinterval duurt oneindig lang) voor de waarnemer in het inertiaalstelsel (t.o.v. het object). Bovendien zal door lengtecontractie de lengte van het object voor de waarnemer nul lijken. Wordt het object dan puntvormig?
Alvast bedankt voor uw antwoord
Beste Jonas,
Zoals je weet worden in de relativiteitstheorie snelheden niet eenvoudig opgeteld. Neem aan dat een raket zich van de aarde verwijdert met een snelheid v en de astronaut schiet een kogel af in de richting van de aarde met snelheid u (t.o.v. de raket). Dan zal, volgens de relativiteitsheorie de snelheid u' van de kogel t.o.v. de aarde als volgt zijn:
Maar wat je voorstelt is een raket met lichtsnelheid (v=c) die i.p.v. een kogel lichtstraling uitzendt, dus ook u=c. Dan wordt de formule een onbepaalde breuk 0/0. Probeer echter een raket met v=c-ε (ε<<c), dan wordt die breuk eenvoudig =c hoe klein ε ook is. Dus je ziet nog altijd licht met de snelheid c. Maart je ziet wel niet hetzelfde licht.
De atomen in de raket die door hun trillingen licht uitzenden van golflengte λ0 trillen met de frekwentie c/λ0. Je kan ze als klokken beschouwen die tikken met die frekwentie. Daar ze zich van de aarde verwijderen met snelheid v hebben opeenvolgende tikken plaats op steeds grotere afstand en heeft het licht van een tik een grotere weg af te leggen tot de aarde dan dat van de vorige tik; het zal dus ook overeenkomstig later aankomen op aarde. Voor de aardse waarnemer van het licht liggen de tikken dus verder uiteen, schijnt de frekwentie kleiner en de golflengte groter. Dit is het bekende Doppler effect, ook bekend bij geluidsgolven. Maar de relativiteit doet nog iets meer: dank aan de tijddilatatie gaan de klokken (de atomen) zelf trager tikken. Het samengaan van de twee effecten geeft het volgende verband tussen de waargenomen golflengte λ op aarde en de golflengte in de raket:
λ=λ0 [(1+v/c):(1-v/c)]1/2
Voor v≅c wordt de λ zeer groot: we nemen licht waar in het ver infrarood. In de limiet v=c wordt de golflengte oneindig: je neem nog enkel een niet-trillend elektromaghnetisch veld waar.
Je laatste vraag over de schijnbare vervorming van een lichtgevend bewegend voorwerp kan ik hier niet behandelen. Het heeft 50 jaar geduurd eer men het ontdekte. Naar de ontdekkers noemt men het de Penrose-Terrell rotatie. Je kan het nalezen (enkel Engels) op bv.
http://www.math.ubc.ca/∼cass/courses/m309-01a/cook/terrell1.html
Ik hoop dat dit je verder hielp. Relativiteit is een spannend onderwerp,maar als je het wil uitdiepen komt erwel diepgaande wiskunde bij kijken.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
fysica, speciaal klassieke theoretische mechanica, electromagnetisme, quantummechanica, geschiedenis van de fysica .