Het voorvoegsel to in Engelse werkwoorden?

Toon, 31 jaar
11 februari 2010

Waar komt het voorvoegsel "to" bij Engelse werkwoorden vandaan (to be, to do...)? Wat is het nut en bestaat dat ook in andere talen?

Antwoord

Beste Toon,

je zal er misschien niet bij stilgestaan hebben, maar het Nederlands en het Duits - de twee talen die het nauwst aan het Engels verwant zijn - kunnen hun infinitief op een gelijkaardige manier vormen. Wat je in het Engels doet met to, doe je in het Nederlands met te, en in het Duits met zu. Vergelijk:

(1) I'm trying to help.

(2) Ik probeer te helpen.

(3) Ich versuche zu helfen.

Historisch gaan Eng. to, Nedl. te en Duits zu ook op eenzelfde woord terug, nl. een voorzetsel dat richting uitdrukt, vertaalbaar als Nedl. 'naar'. In het Engels en Duits kan je to/zu nog altijd zo gebruiken (I'm going to London).

Wat doet een voorzetsel dat 'naar' betekent vóór een werkwoord? Dat lijkt eigenaardig, maar het komt behoorlijk vaak voor. Het Franse à is een ander voorbeeld. Het Zweeds gebruikt att (Jag har ingenting att säga 'ik heb niets te zeggen'). In het Fins kan je zeggen menen syömään 'ik ga eten' met een -ään uitgang die dezelfde is als de -aan uitgang in menen ravintolaan 'ik ga naar een/het restaurant'. En wat nog verrasender is, de -en uitgang van de Nederlandse en Duitse infinitief, die ook in het Oud-Engels nog voorkwam, gaat in feite terug op een oude naamvalsuitgang, die ook 'naar' betekende. Zelfs de om en um die je in het Nederlands en Duits tegenwoordig vóór de te/zu van een infinitief kan zetten (ik probeer om te helpen) heeft een element van richting in zijn betekenis (bv. ik moet om brood).

Wat je hier ziet is een historische ontwikkeling die zich telkens weer lijkt te herhalen, niet alleen in verschillende talen maar ook op verschillende momenten in de geschiedenis van die talen.

Die ontwikkeling begint met een werkwoord dat als naamwoord wordt gebruikt. Een Nederlandse infinitief kan dat nog altijd: in het kletteren van de regen, is kletteren een naamwoord. Vóór naamwoorden kunnen voorzetsels staan (of ze kunnen een naamvalsuitgang krijgen, of allebei), dus dergelijke naamwoordelijk gebruikte werkwoorden kunnen de combinatie aangaan met een voorzetsel (of een naamvalsuitgang) dat 'naar' betekent . Daarmee kan je dan zinnen maken als hij gaat naar eten, met de betekenis 'hij gaat (om te) eten'.

Dit soort constructie dient in het begin vaak om een doel uit te drukken. Maar na een tijd vervaagt die doelbetekenis meestal. Tegelijk gaat de naamwoordelijke infinitief zich meer en meer als een gewone werkwoordsvorm gedragen. Op den duur is de doelbetekenis van het oorspronkelijke voorzetsel helemaal verdwenen (bv. ik vergat de deur te sluiten; it seems to rain). Dikwijls wordt dan een nieuwe manier gezocht om doel uit te drukken, vaak door opnieuw een woordje aan de infinitief te hangen dat richting uitdrukt.

Dit is precies wat er is gebeurd in het Engels, Nederlands en Duits. Eerst was er een vorm met -en aan het werkwoord om een doel uit te drukken, maar die doelbetekenis vervaagde en werd versterkt met een voorzetsel to/te/zu. Ook to/te/zu beginnen echter te vervagen, en worden nu al in het Nederlands en Duits versterkt met om/um en in sommige Engelse dialecten met for, wanneer de infinitief een doelbetekenis moet uitdrukken. Ook die versterkingen zullen op termijn hun doelbetekenis weer verliezen. Voor het Nederlandse om lijkt dit al aan de gang (vb. het is gevaarlijk om hier te lopen drukt geen doel meer uit). Wanneer het zo ver is, zal de cyclus zich misschien weer herhalen.


Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2025
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij liam.verbinnen@eos.be