Ik heb geleerd dat U= R x I (=> R= U/I)
Dus als R laag is => I vergroot. Als I vergroot, dan branden de lampjes harder in de kerstboom.
Hoe meer lampjes in de kerstboom, hoe lager de weerstand, doordat er meer stroom moet gebruikt worden. Maar als er lampjes juist kapotgaan, dan stijgt de weerstand toch weer? Dus de stroomsterkte daalt dan en moeten de lampjes toch juist MINDER hard gaan branden?
Waar zit ik ergens fout in mijn redenering? En hoe komt het dat de andere lampjes dan ook kapotgaan?
Ik ben er niet van overtuigd dat je lampjes wel in parallel geschakeld zijn.
Als ze in parallel stonden, zou het uitvallen van één lampje geen invloed mogen hebben op het gedrag van de andere lampjes (ze gaan noch harder, noch minder hard branden). Enkel de totale stroom die uit het stopcontact moet komen verandert.
Als je zegt dat de resterende lampjes nadat er enkele zijn uit gevallen harder beginnen te branden, doet mij vermoeden dat ze in serie geschakeld zijn. Bij een gewone serieschakeling valt uiteraard alles uit zodra er één lamp kapot is, maar de kerstlampjes zijn voorzien van een shuntweerstand (een weerstand in parallel met de gloeidraad). Zodra de gloeidraad doorsmelt, neemt de shunt over en blijft de kring gesloten. Vermits de weerstand van de shunt lager is dan die van de gloeidraad, daalt de totale weerstand en stijgt de stroom. Daardoor gaan de overige lampjes harder branden.
Je kan dit uittesten door een lampje uit de kring te verwijderen. Als alles uit gaat, is het inderdaad een serieschakeling.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.