In meerdere boeken heb ik gelezen dat het heelal gedurende een zéér korte periode na de oerknal perfect symetrisch was. Jammer genoeg heb ik in die boeken nooit een antwoord kunnen vinden op de vraag die ik daarbij krijg.
Bewijst de oneindigheid van het getal pi niet dat een perfecte bol onmogelijk is? in dit geval zou die perfect bol het jonge heelal zijn. Een exact spiegelbeeld van zichzelf in alle richtingen en dus een perfecte bol.
Maar hoe kan dit zijn als perfecte symetrie onmogelijk is? hoe kortstondig de periode ook was.
Wat die boeken zeggen (vermoed ik althans), is dat vroeg in het heelal de eventuele perfecte symmetrie doorbroken is. De nadruk ligt dus op het doorbreken van die symmetrie en homogeniteit. Het ontstaan van oneffenheden in het heelal wordt expliciet voorspeld door de kwantumfysica en is nodig om achteraf het voorkomen van structuren in het heelal zoals sterrenstelsels te verklaren.
U hebt gelijk dat de perfectie niet bestaat. Het is wel zo dat een heelal dat zeer heet is, homogener is dan het heelal van vandaag (want de deeltjes bewegen sneller en verspreiden zich door elkaar), maar helemaal gelijkmatig verdeeld, dat bestaat inderdaad niet. Dat er afwijkingen zijn van de perfectie, is dus inderdaad niets speciaals. Dat men tot op zekere hoogte kan berekenen hoe die afwijkingen zijn, is wel betekenisvol, en het is dat gegeven dat terecht benadrukt wordt.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.