Zij C een inertiaalwaarnemer. A beweegt met een snelheid van 200000 km/sec t.o.z. C. B beweegt met een snelheid van 250000 km/sec t.o.z. C. Als de S.R.T. juist is ziet B de klok van C trager bewegen dan A. Dus als de klok van C niet schijnbaar trager beweegt t.o.z A en B dan kan de S.R.T. niet juist zijn. Want trager lopen met een andere snelheid in werkelijkheid t.o.z. A en B tegelijkertijd kan toch niet. Welke fout maak ik hier eventueel in mijn redenering?
Ik vermoed dat je redeneerfout zit in het feit dat je “tijd” nog altijd als iets absoluuts beschouwt. Je aanvaardt wel dat de tijd anders loopt als een waarnemer beweegt, maar veronderstelt blijkbaar dat dat dan voor alle waarnemers op dezelfde manier moet gebeuren.
Als twee waarnemers met een verschillende snelheid bewegen ten opzichte van een derde, zien ze die klok ieder met een andere vertraging.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.