Ik stond op de dijk aan zee en het was hoog water en ik vroeg mij af hoe het komt dat het opkomen van het water stopt op die bepaalde plaats op het strand en niet bijvoorbeeld 10 m verder. Wat heeft er bepaald waar het water dat aan land komt stopt? Men heeft appartementen en huizen gebouwd aan de kustlijn, maar hoe wist men vroeger met zekerheid dat dat veilig was en dat de zee niet verder kwam? Ik vind het zo straf dat water tot een bepaalde plaats komt en niet verder.
Ik kan het moeilijk anders uitdrukken, maar hoop toch dat je me kan helpen.
Dank bij voorbaat hoor.
Het water stopt aan de hoogwaterlijn. Waar die precies ligt, hangt af van het getijdenamplitude; dit is het verschil tussen hoog en laag water. Voor de Belgische kust is dit bijna 5 m in het westen en ongeveer 4 m in het oosten. Hoe groter het getijdenamplitude, hoe breder het gebied tussen de hoog- en laagwaterlijn, dit noemt men het nat strand. Bij hevige storm zal het water echter verder komen omdat het dan opgestuwd wordt door de wind. Er is ook nog een verschil tussen hoog- en laagwater afhankelijk van springtij (grotere amplitude; bij volle en nieuwe maan) of doodtij (kleiner amplitude). Dan komt het water op het strand respectievelijk verder en minder ver. Toen men vroeger is beginnen huizen bouwen aan de kustlijn, kende men uiteraard het fenomeen van hoog en laag water. Men had er wel geen idee van dat dit helemaal niet veilig is. Men wist toen niet dat een kustlijn niet stabiel is. Bij hevige stormen wordt er altijd een stukje van het strand weggespoeld (geërodeerd) en wordt het zand naar de diepere zee getransporteerd. Dit heet kusterosie. Op de meeste plaatsen komt in de loop van de tijd dat zand terug naar het strand door de golven en wordt die erosie op natuurlijke wijze hersteld. Als er geen voldoende zand meer aanwezig is op de zeebodem gebeurt dit niet zodat het nat strand steeds smaller wordt en uiteindelijk helemaal kan verdwijnen. Daardoor heeft men zeedijken moeten bouwen op bepaalde plaatsen (bv. te Middelkerke).
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
geologisch onderzoek van lage kustgebieden (polders, deltas en estuaria); zeespiegelveranderingen in de laatste 10.000 jaar; geoarcheologie in kust- en fluviatiele vlaktes; quartairgeologie van het Belgisch Continentaal Plat.