Wanneer je bijvoobeeld een a4 blad plooit (telkens dubbel) kan je maximaal 8 keer plooien. Nu heb ik hetzefde geprobeerd met een zijdepapier van bijna 1m², en ik kon nog steeds maar 8 keer plooien, ondankt de grotere oppervlakte en de kleinere dikte. Hoe komt dit?
Dat cijfer 8 klopt niet helemaal, op het internet vind ik cijfers terug van 6 tot 11, al was die 11 een (geslaagde) recordpoging.
Er zit een deel materiaalkunde en een deel wiskunde in het antwoord.
Of iets goed plooit of niet (slap of stijf aanvoelt) hangt af van de buigstijfheid van een materiaal. De buigstijfheid hangt af van de elasticiteitmodulus (dit is een vaste eigenschap van het materiaal) en de dikte van het materiaal tot de derde macht. Je ziet dat de dikte een cruciale rol gaat spelen. Een plaat die twee keer zo dik is, is 8 keer stijver. Aluminiumfolie is heel gemakkelijk te plooien, hoewel aluminium een erg hard materiaal is.
Als je iets plooit, verdubbelt de dikte bij elke plooibeurt. De dikte neemt dus toe zoals 2N, waarbij N het aantal keer is dat je het papier geplooid hebt. Schrijf die getallen maar eens neer voor N van 1 tot bv 15 en je zal zien dat die reeks heel snel toeneemt! Zie bv: http://www.frankdeboosere.be/getallen/getal%20vouwen.html
Alle papiersoorten hebben vermoedelijk een elasticiteitsmodulus die in dezelfde grootte-orde ligt (ik bedoel maar dat die geen factor 10 gaan verschillen). Voor de diktes van courante papiersoorten vind ik op het internet waarden tussen 0.02 en 0.1 milliliter. Dit is een factor 5 verschil. Elke keer je plooit, wordt de bundel een factor 8 stijver. Het verschil in dikte tussen slap en stijf papier is dus onvoldoende om het nog een extra keer te kunnen plooien. Daarom kom je bij alle papiersoorten op hetzelfde getal uit.
Zie ook:
http://www.een.be/televisie1_master/programmas/e_hoez_zozitdat_9xpapierplooien/index.shtml
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.