Hoe komt het dat sommige woorden in alle talen volstrekt verschillend zijn, terwijl veel andere woorden sterk op elkaar lijken in diezelfde talen?

Peter, 28 jaar
6 juli 2009

Veel woorden zijn in het Nederlands, het Engels, het Duits, het Frans, het Spaans en het Italiaans erg gelijkaardig, bijv. woorden die in het Nederlands eindigen op -atie, krijgen in het Frans of Engels -ation, in het Spaans -acion en in het Italiaans -azione, ...
Dat is ook niet zo vreemd omdat die talen gemeenschappelijke roots hebben. Dat verklaart op zijn minst al de gelijkenissen tussen Germaanse talen onderling of Romaanse talen onderling.
Dat is erg handig als je in Europa op reis gaat: met een minimale inspanning en basiskennis van een van de talen in één taalgroep, kom je al heel ver ...

Sommige woorden zijn echter in alle talen volledig verschillend: ontbijt, breakfast, petit-déjeuner, Frühstück, desayuno, colazione.

Nu vraag ik me dus af hoe het komt dat sommige woorden, zoals ontbijt, volstrekt verschillend zijn in al die talen. Of er zo nog woorden zijn (wellicht wel)? En of die groep van woorden ergens gemeenschappelijke kenmerken heeft?

Verder vraag ik me ook af of er cijfermateriaal bestaat over de 'gelijkheid' van woordenschat in verschillende talen? Hoeveel % van de Nederlandse woorden komen ook in het Duits voor, ...?

Antwoord

Dit is een bijzonder complexe vraag waarop een eenduidig antwoord bijgevolg moeilijk te geven is. De basisvraag heeft betrekking op gelijkenissen en verschillen in het lexicon van natuurlijke talen. Er zijn fundamenteel twee factoren die lexicale gelijkenissen tussen verschillende talen  kunnen verklaren: (a) historische verwantschap, dus genetische factoren en (b) culturele factoren.

Talen diversifiëren in de tijd, wat betekent dat heel wat talen een gemeenschappelijke voorouder hebben of proto-taal. Dit is het geval voor de Romaanse talen, die alle van het Latijn afstammen, door diversificatie van het Latijn. Dit is ook het geval met de Germaanse, Slavische talen, en verder in de tijd met alle Indo-Germaanse talen, enz. Een deel van het lexicon van een taal vindt men dus terug in met die taal verwante talen. Een voorbeeld geeft u zelf (maar zonder de gelijkenis te leggen) bij déjeuner en desayuno, beide woorden hebben dezelfde oorsprong en gelijken daarom op mekaar. Alleen heeft déjeuner een betekenisverschuiving ondergaan naar het middagmaal, wat niet het geval is voor het Spaanse desayuno. Het Frans heeft dan petit-déjeuner gecreëerd.

De woorden die uit verwantschap op mekaar geljiken, behoren tot de basiswoordenschat van een taal (woorden die verwijzen naar dagelijkse levensbehoeften).

Talen worden ook door niet direct verwante talen beïnvloed, bv. omdat ze aanwezig zijn in dezelfde regio en dus geografisch in contact staan met mekaar. Dit verklaart bv waarom we soms Franse woorden terugvinden in Vlaamse dialecten die dicht bij de taalgrens liggen (denk aan de invloed van het Frans op Westvlaamse dialecten). De invloed kan echter ook uitgeoefend worden bij talen die geografisch niet naast mekaar liggen, maar door talen die een groot prestige hebben. Zo hebben we heel wat woorden ontleend aan het Engels, vroeger aan het Frans wegens het prestige van deze talen (of uit noodzaak).

De woorden op -atie die u aanhaalt zijn een voorbeeld van ontleningen die te maken hebben met het prestige van de brontaal en die dan weer worden aangepast in de ontlenende of doeltaal. Het gaat om latinismen, dus ontleningen aan het Latijn. Vooral sinds de Renaissance hebben de westerse talen massaal veel woorden ontleend aan het Latijn, en ook aan het Grieks. Dikwijls gebeurde dit in het technische en wetenschappelijke lexicon en dikwijls ook gebeurde dit eerst in één westerse taal die dat woord dan verder liet verspreiden in de overige westerse talen (bv het woord psychologie, een samenstelling van Griekse stammen, is het eerst verschenen in het Duits, vooraleer het elders verspreid werd).  De geschiedenis van deze woorden kan dus zeer complex zijn, maar grosso modo gaat het om een brede beweging van ontleningen aan het Latijn en het Grieks, ontleningen die door hun toebehoren aan technisch en wetenschappelijk lexicon konden rekenen op een brede verbreiding tot in niet-westerse talen.

Zelfs bij woorden die formeel niet op mekaar gelijken kunnen er gelijkenissen zijn van een andere aard. Men spreekt dan van leenvertalingen. In het voorbeeld dat u aanhaalt en waar trouwens al een formele gelijkenis was tussen het Frans en het Spaans (déjeuner, desayuno), is er ook een leenvertaling : het Engels breakfast betekent "stoppen met vasten" en dat is ook de betekenis van déjeuner en desayuno. Hier is dus culturele beïnvloeding geweest, waarschijnlijk vanuit het Frans naar het Engels.

Cijfermateriaal over gelijkenissen tussen talen is dus moeilijk met exactheid te geven, al zijn daarover inderdaad wel studies. Gelijkenissen kunnen inderdaad van verschillende aard zijn : formeel en semantisch, louter formeel maar niet semantisch (woorden van twee talen kunnen formeel op mekaar gelijken, maar niet hetzelfde betekenen, denk maar aan application in het Frans en het Engels), leenvertalingen (waar de gelijkenis zit in het copiëren van de samengestelde delen van het woord door middel van woorden uit de ontlenende taal bv haut-parleur en luidspreker), enz.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2024
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door EOS vzw