Uit de SRT volgt dat alle massaloze deeltjes de lichtsnelheid hebben maar niet dat ze voldoen aan het 2de postulaat.
Mijn vraag is: Moeten we het 2de postulaat niet veralgemenen en herformuleren als volgt: Alle massaloze deeltjes hebben de lichtsnelheid voor iedere inertiële waarnemer.
Beste Eric,
Het is inderdaad zo dat in de speciale relativiteit alle deeltjes zonder rustmassa zich in alle inertiaalstelsels (dus voor alle waarnemers die aan een constante snelheid bewegen) aan de lichtsnelheid bewegen.
Het is echter niet nodig om het axioma hiervoor te veralgemenen. Het axioma van de speciale relativiteitstheorie dat veronderstelt dat de lichtsnelheid constant is, definieert als het ware wat "gelijktijdigheid" en "op dezelfde plaats" betekent. Het definieert als het ware het verband tussen ruimte en tijd. Eenmaal dat verband gelegd, volgt automatisch dat ook andere deeltjes zonder rustmassa zich aan de lichtsnelheid voortbewegen.
Ik bedoel dat we meestal proberen om zo weinig mogelijk te veronderstellen in axioma's; in die zin is het dus niet nodig om het axioma te veralgemenen zoals je voorstelt.
Een tweede opmerking is dat van alle elementaire deeltjes die we goed kennen het foton het enige is dat geen rustmassa heeft. Gluonen (dat zijn deeltjes die de sterke wisselwerking beschrijven) hebben ook geen massa, maar deze deeltjes bewegen zich niet over grote afstanden, ik bedoel dat ze altijd in de kern van een atoom blijven. Elektron-neutrino's hebben ook een heel kleine massa (kleiner dan 3eV), maar we zijn er niet helemaal zeker van dat de rustmassa van een elektronneutino nul is.
Met vriendelijke groeten,
Philippe Tassin
Vrije Universiteit Brussel
Ik zou graag hebben dat men met formules bewijst dat al de massaloze deeltjes zich in elk inertieel stelsel met de lichtsnelheid bewegen. Ik kom er niet omdat voor v=c de Lorentztransformatie niet gedefinieerd is en uit p=E/c niet automatisch het gestelde volgt.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.