Antwoord
Kort nadat president Hindenburg hem tot Rijkskanselier (regeringsleider, vergelijkbaar met een eerste minister) had benoemd, liet Hitler op 23 maart 1933 de Machtigingswet (Ermächtigungsgesetz) stemmen in het parlement. Die wet voorzag dat de regering voor haar mandaatperiode (vier jaar) ook wetgevende bevoegdheid zou krijgen, en zelfs de grondwet kon wijzigingen.
Er bestond zeker tegenstand tegen de wet, en de vereiste tweederdenmeerheid werd maar net gehaald, door een aantal factoren.
- Eerst was er kort tevoren, op 27 februari, de brand van de Rijksdag, het parlementsgebouw. De brand werd op dat moment afgeschilderd als een communistische en anti-nazistische terreuraanslag. Niet alleen heerste door de brandstichting er een sfeer van mogelijke staatsgreep, het liet Hitler ook toe om dankzij de Reichstagbrandverordnung de vrijheid van pers en van vereniging in te perken, en een soepeler arrestatiekader te gebruiken tegen zijn socialistische en communistische tegenstanders. Het gaf Hitler de kans om de verkiezingen van 6 maart te winnen met bijna 44%.
- Heel wat mogelijke tegenstemmers uit de sociaal-democratische en de communistische partijen waren afwezig uit protest, of omdat ze afgeschrikt waren of gevangen waren gezet. Om een ongeldige stemming te voorkomen, werd voorafgaand aan de Machtigingswet door parlementsvoorzitter Hermann Göring het reglement gewijzigd, waardoor alle afwezigheden 'ongewettigd' waren. In het totaal namen 109 afgevaardigden niet deel, voornamelijk SPD en KPD. Zo werd ook vermeden dat een linkse boycot het wetsvoorstel kon kelderen.
- Twee dagen eerder had Hitler in Potsdam (Tag von Potsdam - 21 maart 1933) mondelinge beloftes gemaakt aan vertegenwoordigers van de Zentrumpartei, de DNVP, de liberale partij en de Beierse BVP. Die beloftes hielden o.a. in dat in ruil voor steun aan de Machtigingswet, de vrijheid van onderwijs en van godsdienst gegarandeerd zouden blijven. Vooral binnen de katholieke Zentrumpartei van priester Ludwig Kaas verliep dat niet zonder slag of stoot: Heinrich Brünning gaf sterk verzet, maar gaf uiteindelijk toe aan de partijdiscipline.
- Voorafgaand aan de stemming hield Hitler een tweeëneenhalf uur durende speech waarin hij mondeling de gevolgen van de wet afzwakte, en stilzwijgend herinnerde aan de Potsdammer beloftes: de Rijksdag zou niet in zijn rechten worden beknot, er zou niet worden getornd aan de rechten van de Rijkspresident, de deelstaten zouden zelfstandig blijven.
- De SA trad die dag op als veiligheidskorps rond de Kroll-opera, waar het parlement verzamelde, terwijl betogers buiten voor een grimmige sfeer zorgden en tegenover de opera de ruïne van het parlementsgebouw lag.
Alle 94 SPD-leden stemden tegen, er waren 441 stemmen vóór, 109 waren zoals aangehaald 'onverontschuldigd afwezig', voornamelijk gearresteerde of gevluchte SPD- en KPD-parlementsleden.
Door de wet kon de regering wetten en decreten uitvaardigen zonder dat het parlement daar nog een stokje voor kon steken. Dat uitte zich al in de loop van april 1933 in
- verlies van autonomie van de Länder (eind maart 1933)
- arrestatie van communisten en socialisten
- verbod op de KPD (8 april 1933)
- oprichting van een concentratiekamp in Dachau (22 maart 1933)
- verbod op de SPD (22 juni 1933)
Overigens zorgde de Machtigingswet vooral voor een verlamming van het politieke leven en van het parlement, zonder dat de regering zelf veel wetgeving uitvaardigde. Er waren amper formele kabinetsbijeenkomsten, de staat werd na de Machtigingswet bestuurd door een onsamenhangend geheel 'Führerbefehle'. Dat uitte zich ook in de verlenging van de Machtigingswet:
- 30 januari 1937: verlenging tot 1 april 1941
- 30 januari 1939: verlenging tot 10 mei 1943
- 1943: decreet op verbod van de opheffing van de wet.
Reacties op dit antwoord
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.