Sterrenkundige Christoffel Waelkens vindt de meest eenvoudige vragen het moeilijkst te beantwoorden (interview)

Je bent een van de 'antwoordkampioenen' op ikhebeenvraag.be. Waarom vind je het zo belangrijk om mee te werken aan deze website?
"De nieuwsgierigheid voor de kosmos leeft bij veel mensen en ik heb het grote geluk gehad om van mijn hobby mijn beroep te kunnen maken, dus vind ik ook dat ik aan de maatschappij iets mag terugdoen. Toen ik zag hoeveel vragen er waren over sterrenkunde en de ruimte vond ik het gewoon mijn plicht om hieraan mee te werken. As ik geen sterrenkundige geworden zou zijn, maar in de schoenen stond van degene die de vraag stelde, dan had ik heel graag ook een antwoord gekregen."



Hoe verklaar je die interesse voor de kosmos?
"Het begint met het enorme voordeel dat we hebben in onze discipline: dat is dat de mensen de sterren zien. Ik bedoel, je kunt gefascineerd zijn door de hogere wiskunde en in weze is die fascinatie dezelfde, maar heel abstract. En dus ja, bij velen, en niet alleen bij sterrenkundigen, begint de niewsgierigheid over de wetenschap met de verwondering van naar de sterrenhemel te kijken. Je ziet de sterren en je vraag je af ‘Wat is dat?’ en je voelt dat je een stukje bent van een groot geheel en je wilt dat snappen."

Ben je daarom ook zelf sterrenkundige geworden?
"Ja, absoluut. Kijk, er zijn veel wetenschappen, maar uiteindelijk stellen we allemaal dezelfde vraag en die vraag is: ‘Wie zij wij?’. Neem bijvoorbeeld een biomedicus die wil weten hoe het menselijk lichaam functioneert. Bij mij is dat ook zo, ik ben geen sterrenkunde gaan studeren om de naam van de sterren van buiten te kennen maar omdat ik de kosmos waarin ik leef wil begrijpen. Dat is mijn benadering. Maar evenzeer als iemand gespecialiseerd is in de poëzie van Van Ostaeijen, dan is dat omdat hij wil weten welke boodschap daar achter steekt: ‘wat beroert die mens, en uiteindelijk dus ook ons allemaal om de dingen zo uit te drukken?’ Dat is voor elke wetenschap hetzelfde."

Wat was u geweest als u geen sterrenkundige geworden was?
"Ik weet het niet. Ik heb mij nog nooit die vraag gesteld. Op een moment wist ik het: ik wil sterrenkundige worden. Ik was een redelijk goeie leerling in het secundair en ging naar het PMS, want zo heette toen de studiebegeleiding en heb hun gezegd: 'Ik wil professor sterrenkunde worden. Gaat dat lukken?'. Ze zegden me toen: 'Dat is een ambitie die je mag hebben, maar besef wel dat dit niet evident is.' Maar ik ben er nooit op gekomen om alternatief te gaan zoeken. Het stond voor mij vast dat ik sterrenkundige zou worden en het is ook zo gegaan."

Waarop ben je het meest trots?
"Er is niets heerlijkers dan aan de hemel een object te vinden en de eerste te mogen zijn die daar een antwoord mee vindt op bepaalde vragen. Zo heb ik een klasse van sterren die trillen voor het eerst echt geïdentificeerd en systematisch kunnen duiden en dat is achteraf redelijk goed begrepen en een klassiek onderdeel van het domein geworden."

Sterren die trillen, wat moet ik me daarbij voorstellen?
"Ze worden groter en kleiner, meer of minder heet. Eigenlijk heeft het te maken met de energieproductie binnen die ster die constant ongeveer dezelfde is maar in de manier waarop ze naar buiten komt gemoduleerd wordt door de buitenste laag van de sterren. En dat is op zichzelf interessant om te begrijpen waarom dat dat gebeurt, maar tegelijkertijd zegt dat iets over de inwendige structuur van de ster. Een contrabas klinkt anders dan een viool. Een klein sterretje zal zo ook sneller trillen dan een grote ster."

Studenten hebben je uitgeroepen tot beste professor Fysica (voor het academiejaar 2016-2017). Hebben ze ook gezegd waarom?
"Ooit heeft een student me gezegd dat hij vond dat ik goed les gaf omdat ik durf om eenvoudige dingen te zeggen. Als jonge prof wil je tonen hoe slim je bent en hoe goed je de dingen doorgrondt en dan stel je vast bij het examen dat de studenten eigenlijk niet meekonden. De bedoeling van lesgeven is niet om te tonen hoe slim je bent maar om een boodschap over te brengen. Dat vergt enige ervaring, maar eens je weet hoe het werkt, is het niet meer moeilijk. Je moet er ook zin voor hebben en het aandurven. Het betekent dat je niet alleen vanuit jouw eigen vraagstelling, methodologie en discipline vertrekt, maar je ook kunt inleven in de vragen die de studenten hebben. En de moeilijkste vragen zijn de simpelste vragen. Dat is de paradox."

Christoffel Waelkens is hoogleraar Fysica en Sterrenkunde aan de KU Leuven.

 

Een bewerkte versie van dit interview verscheen in het boek 'Ik heb een vraag. Wetenschappers geven antwoord.'

Interview en foto: Bart Coenen

 

 

Overige wetenschapen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen