Hoe kunnen we zorg dragen voor ons cultureel patrimonium? Het Lam Gods

In het Lam Gods, het meesterwerk van de vijftiende eeuwse schilder Jan van Eyck, ziet kunstwetenschapper Maximiliaan Martens alles samenkomen. Martens coördineert het onderzoek ter ondersteuning van de restauratie van het veelluik waarin je volgens hem, "de hele geschiedenis van West-Europa kunt aflezen."



 

Maximiliaan Martens: "De restauratie van het Lam Gods zette een standaard in de wereld van de kunstrestauratie."


Sinds 2012 worden de panelen van het Lam Gods gerestaureerd. Maximiliaan Martens noemt dit titanenwerk de ‘tweede wetenschappelijke restauratie’ (de eerste, die veel beperkter was, vond plaats in de jaren 1950). Bij deze restauratie zoekt een interdisciplinair team van restaurateurs, kunsthistorici en natuurwetenschappers samen naar oplossingen voor de problemen die ze blootleggen.

Het grootste deel van zijn carrière focuste Maximiliaan Martens op het behoud van en beheer van ons kunstpatrimonium. Dit omvat heel de problematiek van conservatie, restauratie en puur kunsthistorische aspecten. In zijn werk probeerde Maximiliaan Martens restauratie en kunstgeschiedenis samen te brengen. Daardoor is er vandaag er veel overlap met archeologie, natuurwetenschappelijke onderzoeksmethoden en objectenonderzoek en is er dus veel meer interdisciplinaire samenwerking, onder andere met mensen uit de analytische scheikunde en beeldverwerking. Deze interdisciplinaire samenwerking uit zich ook in de methodologie voor de restauratie en de verwijdering van overschilderingen bij het Lam Gods.

Daarbij zetten de onderzoekers van de UGent een nieuwe standaard voor conservatie. Overschilderingen worden nu bestudeerd aan de hand van visuele observatie, waarbij de restaurateurs die elke vierkante millimeter bekijken met een stereomicroscoop. Als de gelaagdheid te complex is gaan ze over naar 3D hoge resolutie microscopie. Dat is misschien wel de belangrijkste bijdrage van de UGent. Dit geeft inzicht in de gelaagdheid zonder dat men toevlucht moet nemen tot de traditionele methode van staalname. Deze methode ging invasief te werk en beschadigde als het ware het werk. Met de 3D-microscopie kunnen staalnames nog niet helemaal uitgesloten worden, maar toch al met 80 % verminderd.

Dergelijke nieuwe technieken geven veel meer inzicht in de gelaagdheid, maar ook in de staat waarin de onderliggende lagen bewaard zijn. Omdat ze dat nu weten en kunnen visualiseren, kunnen de restaurateurs ook zo ver gaan in hun werk:

“Door in de hele complexe stratigrafie van het schilderij die lagen van de panelen te onderzoeken met de meest geavanceerde wetenschappelijke technieken qua beeldvorming en analysemethodes hebben we gezien dat er al vanaf de zestiende eeuw en misschien zelfs vroeger grondige interventies zijn gebeurd. Overschilderingen dus - en dat is dan ook in de pers gekomen. Een van de meest spectaculaire dingen is het lam zelf natuurlijk dat een totaal andere uitdrukking had. De vraag is nu natuurlijk: wat betekent dat? Dat lam was niet beschadigd. Er was dus geen enkele reden vanuit conservatorisch standpunt om dat te herstellen zeg maar. Het moet iets te maken hebben met de zestiende-eeuwse perceptie, van hoe wordt het symbool van Christus hier voorgesteld? Wat volgens mij te maken heeft met wat we decorum noemen, de waardigheid van het voorstellen van de Christusfiguur of het christussymbool, die antropomorfe kop die indringend kijkt werd waarschijnlijk in de context van de reformatie en de contrareformatie niet meer als waardig beschouwd en is daarom overschilderd. Met andere woorden, zelfs in die overschildering kunnen we allerlei betekenisniveaus afleiden. Dat vertelt ons heel veel. We hebben de neiging om een schilderij in een museum te beschouwen als een statisch object. Door deze restauratie van het Lam Gods beginnen we hoe langer hoe meer te beseffen dat schilderijen een leven hebben en veranderen qua uitzicht en betekenis. Dat leert ons veel meer over onze eigen geschiedenis en ik denk dat dat op zich ook maatschappelijke relevantie heeft. Voor mij is dat duidelijk.”

Het werk van Maximiliaan Martens en zijn collega's vindt wereldwijd navolging. Hoge resolutie 3D-microscopie en macro-xrf zijn nu belangrijke hulpmiddelen die restaurateurs toelaten om veel verder te gaan dan vroeger. Zelfs de beroepsethiek van het restaureren verandert door dit project. 

“Hadden we elkaar 10 jaar geleden, of zelfs maar 5 jaar geleden gesproken, dan zouden de meesten ervoor gepleit hebben de overschilderingen te laten zitten om niet het risico te nemen te veel weg te krabben. Nu kunnen we alles visualiseren, weten we wat er onder de verschillende lagen zit en als we de overschilderingen wegnemen, zien we dat de kwaliteit van wat bewaard is pure Jan Van Eyck is.”

Maximiliaan Martens werkt regelmatig mee aan grote tentoonstellingen zoals ‘Van Eyck. Een optische revolutie’. Deze tentoonstelling liep van februari 2020 en loopt tot einde april van hetzelfde jaar in het MSK. De buitenluiken van het Lam Gods werden er voor het eerst afzonderlijk getoond op zo’n manier dat bezoekers er heel dichtbij alle details kunnen zien. De luiken werden geconfronteerd met een groot aantal andere werken van Van Eyck en tegelijk ook met eigentijdse Italiaanse, Duitse en Franse kunst om te tonen hoe Van Eyck zich daarmee verhoudt. Ook de invloed van Van Eycks optische revolutie op de volgende generaties werd er getoond en geduid.

 

Bart Coenen
is wetenschapscommunicator en coördinator van ikhebeenvraag.be
 

 

Bio
Prof. dr. Maximiliaan Martens is hoogleraar Kunstwetenschappen aan de UGent. Hij coördineert het onderzoek ter ondersteuning van de restauratie van het Lam Gods.


Links

Meer over de tentoonstelling: www.mskgent.be/nl/tentoonstellingen/van-eyck

Bekijk de restauratie van het Lam Gods in detail op http://closertovaneyck.kikirpa.be/.


 

Een bewerkte versie van dit interview verschijnt lente 2021 in het tweede Ik heb een vraag-boek 'Ik heb een vraag. Wetenschappers over de toekomst'.

 

Bekijk ook:

Was Jan Van Eyck een genie?

Leonardo Da Vinci behoeft geen introductie. De wereldster van de 15e en 16e eeuw zou geen gelijke gekend hebben, maar klopt dat wel? Liep er enkele tientallen jaren eerder met Jan Van Eyck geen homo universalis rond in ons eigen Belgenlandje of brengt die vergelijking ons iets te ver? Maximiliaan Martens is als kunstwetenschapper aan de UGent de geknipte man om daar een antwoord op te geven.
 

 

Overige wetenschapen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen