Insecten in je huis: leiden ze een luizenleven?

Insecten zijn doorgaans klein, maar ze zijn met veel: het insectenrijk telt minstens één miljoen beschreven soorten. Het totale aantal soorten wordt tussen 2,5 en 10 miljoen geschat.

Welke insecten treffen we nu vooral in huis aan? We gaan het hier niet hebben over de mug, vlieg of wesp. Er zijn nog tal van andere beestjes die je binnen kan vinden. Amerikaanse onderzoekers kamden vele woningen uit op zoek naar insecten en andere geleedpotigen (denk maar aan spinnen), en troffen overal een grote biologische diversiteit aan beestjes aan, gemiddeld 100 verschillende soorten geleedpotigen per huis - veel meer dan we vaak zelf opmerken. Hoog tijd om ze onder de loep te nemen!



Hans Casteels werkt sinds 1984 bij het ILVO, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek. Hij is er entomoloog, of eenvoudiger gezegd: insectenspecialist. Dé ideale persoon dus om al onze vragen op af te vuren, zoals: "Hoe ziet je werkdag eruit?"

Hans Casteels: 'Ik ben zowel met wetenschappelijk onderzoek als met diagnostiek bezig. Soms vind je me achter mijn bureau, soms in het lab, en soms ergens te velde. Geregeld krijgen we in het lab stalen binnen van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), afkomstig uit geïmporteerde producten. Die moeten we, meestal met spoed, controleren op de zogeheten ‘quarantaine-insecten’. De Europese Unie heeft een ‘zwarte lijst’ opgesteld van een 300-tal insecten (én aaltjes, schimmels, bacteriën, virussen én fytoplasma’s – ziekteverwekkers bij planten) die de EU absoluut niet binnen mogen, omdat ze gigantische schade kunnen aanrichten en moeilijk te bestrijden zijn. En wanneer iemand een vraag stelt via ikhebeenvraag.be zal ik gegarandeerd de insectgerelateerde kwesties beantwoorden. Zo heb ik als wetenschapper ook voeling met wat er bij de burger leeft op vlak van insecten. Mijn baan biedt dus meer dan genoeg afwisseling!'


Moet ik elk insect dat ik in huis tegenkom doodmeppen of bestrijden?

Hans Casteels: 'Zeker niet! Je moet het insect altijd eerst identificeren tot op de soort. Dan pas weet je of het schade veroorzaakt in huis, en je moet ook weten of het de larve of het volwassen insect zijn die kwaad aanrichten. Dat kan in veel gevallen op basis van een foto, aan de hand van de typische morfologische kenmerken. Maar bij onduidelijkheid kan je een monster opsturen naar het Diagnosecentrum voor Planten (DCP) van het ILVO. Je monster wordt dan onder de microscoop bestudeerd, geanalyseerd en geïdentificeerd.'


Zijn er insecten die in huis voorkomen, zonder dat ze enige schade aanrichten?

Hans Casteels: 'Absoluut. Soms verzeilen insecten toevallig in je huis, via een open deur of raam, of aangetrokken door het licht. Vervolgens raken ze niet terug buiten. Ze richten geen schade aan en overleven niet lang, omdat ze binnenskamers geen voedsel vinden en de relatieve vochtigheid vaak te laag is. Dit zijn de toevallige indringers. Voorbeelden zijn de loopkevers (Ophonus rufipes & Pterostichus vulgaris), de eendagsvliegen, wespen, miljoenpoten en kortschildkevers (Staphylinidae).

'Dan zijn er de overwinteraars. Deze insecten zijn alleen op zoek naar een (warme) schuilplaats om de winter door te komen. Ze doen niemand kwaad en brengen ook geen schade toe, maar wanneer ze heel talrijk zijn, kunnen ze wel vervelend zijn. Bij de eerste zonnestralen in februari worden ze opnieuw actief. Je merkt ze dan vaak op aan de vensters, waarlangs ze proberen terug buiten te geraken.

Het bekendste voorbeeld is het Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Deze soort is ooit naar Europa gehaald om bladluizen te bestrijden in tuinbouwserres, maar heeft zich massaal verspreid en concurreert nu met zijn inheemse soortgenoten. Vóór de winter zoeken ze warme oppervlakken op, zoals bepleisterde woninggevels. Die lijken op de Aziatische kalkrotsen waarop ze in hun thuisbiotoop overwinteren.

Ook de Amerikaanse bladpootwants (Leptoglossus occidentalis) is hier aan een opmars bezig. Vooral op het platteland, want ze voeden zich met kegels van naaldbomen. Ze vormen geen enkele bedreiging voor de mens of je woning, maar verspreiden een onaangename geur als ze gestoord worden. Om te verhinderen dat deze beestjes je huis binnendringen, kan je kieren en gaten zoveel mogelijk dichtmaken in de periode voordat de insecten hun overwinteringsplaats opzoeken. Concentreer je vooral op de zonnekant van je woning.

De herfstvlieg (Musca autumnalis) probeert al vanaf augustus massaal woningen binnen te dringen via dakpannen of openingen. Opvallend is dat ze zich richten op (de bovenste verdieping van) hoge gebouwen zoals flats, kerken of woningzolders. Waar het bevalt, keren ze jaarlijks terug. Ter preventie kan je zoveel mogelijk ramen en gaten dichten of van gaas voorzien, maar een woning 100 % vliegdicht krijgen, blijkt onmogelijk!

Er zijn ook huidirriterende insecten. Je huis en inboedel zijn ook voor deze insecten veilig, maar voor mens en dier zijn ze wel vervelend. De meest gekende zijn vlooien en teken. En dan heb je nog de bedwantsen (Cimex lectularius), die je per ongeluk meebrengt van op vakantie, op je kledij of in je bagage bijvoorbeeld.'


Voor welke insecten moet ik dan extra uitkijken als ik ze binnen tegenkom?

Hans Casteels: 'Ik zal ook hier verschillende soorten noemen, samen met de bekendste voorbeelden.

Voorraadinsecten zijn de die het meeste voorkomen in woningen. Hier is het belangrijk de infectiebron op te sporen, want ze zullen niet vanzelf weggaan. Vaak hebben de volwassenen kevers geen voedsel nodig. Zij richten ook geen schade aan, behalve dat ze op zoek gaan naar een voedselbron om hun eitjes te leggen, en zo de plaag uitbreiden. Het zijn hun larven die hun buikje rond eten in je voorraadkast.

Het meest gekend is het broodkevertje (Stegobium paniceum). Je treft het vooral in de keuken aan, steeds in de buurt van voedingswaren. Andere voorbeelden zijn de graanklander (Sitophilus granarius), de rijstklander (Sitophilus oryzae) en de kastanjebruine rijstmeelkever (Tribolium castaneum). De ronde diefkever (Gibbium psylloides) is een lastige. Het is een omnivoor en zit behalve in voeding soms ook in stro, textiel, leder, verpakkingen, …. Bovendien kan deze kever maandenlang zonder voedsel overleven.'


Vochtminnende insecten


'Ook de vochtminnende insecten zijn een belangrijke groep. Ze vertoeven zonder uitzondering in vochtige omgevingen. Zoals de badkamer. Of oude woningen met opstijgend vocht. Of juist een nieuwbouw waar de pleister nog aan het uitdrogen is (vooral de gipskevers of Lathridiidae).

Stofluizen (Psocoptera) herken je aan de karakteristieke schokkerige manier van bewegen. Ze leven van schimmels op vochtige plekken. Ook de meel- en schimmelmijten (Tyrophagidae) houden van warme, vochtige plaatsen. Met het blote oog lijken het net bleke, levende stofdeeltjes, maar het zijn spinachtigen. Ze leven van voedingswaren, die dan een muffe geur en smaak krijgen en daardoor minder geschikt zijn voor menselijke consumptie. Het veel voorkomende zilvervisje (Lepisma saccharina) is dol op cellulosevezels in (behang)papier, katoen of boeken, maar ook op zetmeel in brood, aardappelen of pasta. Het is lichtschuw en daardoor vooral ’s nachts actief en kan eveneens maanden overleven zonder voedsel, zolang het maar vochtig is!

In de buurt van beschadigde rioleringspijpen, afvoergoten, toiletten en vochtige plantenbakken kun je motmuggen (Psychoda spp.) vinden. Deze niet stekende mugjes lijken op motjes en ontwikkelen zich in vochtig, organisch materiaal.'

 

Hout- en materiaalparasieten

'Je hebt ook verschillende kevers die in hout voorkomen. De belangrijkste is het doodskloppertje (Anobium punctatum), dat kan opduiken in oude kasten en houten vloeren. Ook hier is het niet de kever zelf die schade aanricht, maar de larven die zich voeden met het hout. Ze verraden hun aanwezigheid door het ultrafijn stof of ‘boormeel’ dat ze achterlaten. De huisboktor (Hylotrupes bajulus) concentreert zich vooral op dakgebinten met alle schadelijke gevolgen van dien. Soms kan je de larven zelfs horen knagen in het hout. De veranderlijke boktor (Phymatodes testaceus) komt dan weer (ongewild) ons huis binnen via het brandhout. Deze boktors laten je meubilair met rust, meer nog: ze willen graag uit huis weg om hun eitjes te leggen in vochtig hout. Weliswaar ontwikkelen de larven zich in de huislijke warmte sneller. Wil je hen vermijden, beperk dan je houtvoorraad in huis.

Dan is er de bekende kleermot (Tineola bisselliella), die vaak voorkomt in donkere kasten met te dicht op elkaar gepakte kledij. Wassen op 60 graden helpt …

Ook je tapijt is niet altijd veilig: de lichtschuwe tapijtkever (Anthrenus verbasci) verschuilt zich aan de onderkant van je tapijt en het is opnieuw de larve, niet de volwassen kever, die verantwoordelijk is voor de schade.

Tot slot kunnen ook je kamerplanten de infectiehaard van beestjes zijn: de gegroefde lapsnuitkever of taxuskever (Otiorhynchus sulcatus) komt je huis binnen als larve of popstadium in de potgrond, of via het substraat van sommige planten waaronder azalea. Wanneer je potplanten te vochtig staan, heb je kans om massaal springstaarten (Collembola) en rouwmuggen (Sciaridae) aan te treffen.'


Waaruit bestaat de schade meestal?

Hans Casteels: 'Het is bijzonder vervelend wanneer beestjes je voorraadkast gevonden hebben. Daar kunnen ze alles soldaat maken. Maar ook je houten vloer, meubelen, of nog erger, je dakgebinte, kunnen aangetast worden.

Als je goed kijkt, kan je soms de aanwezigheid (en schade) van insecten ontdekken via zogenaamde ‘uitvliegopeningen’ van het volwassen insect. Dat zijn gaatjes van ongeveer 1-1,5 mm, die de volwassen kever maakt om naar buiten te kruipen. Stel dat de eitjes gelegd zijn in een pak gedroogde bonen: de larve komt uit en voedt zich met de bonen. Eenmaal verpopt, wil de kever eruit en boort hij zich uit de boon zelf, alsook de verpakking van de boon (karton of plastiek en zelfs aluminiumfolie) een weg naar buiten. Analoge uitvliegopeningen zie je nog duidelijker in aangetast meubilair, door de schuld van het doodskloppertje.'


Als ik in huis een insectenplaag heb, wat kan ik dan doen?

Hans Casteels: 'Om te beginnen moet de infectiebron worden gezocht. Die kan heel verscheiden zijn. In het geval van voeding een pak rijst, bloem, spaghetti, beschuit of kruiden, maar ook dierenvoeding of gedroogde vruchten zoals erwten en bonen. Ooit bleek zelfs een kersenpitkussen – na lang zoeken - de infectiehaard! Alles goed nakijken, is dus steeds de boodschap.

Eenmaal gevonden, stop je de aangetaste voedingswaren best een paar uur in de diepvries, zodat alle eitjes, larven en popstadia zeker vernietigd zijn. Daarna gooi je het weg, en haal je de stofzuiger boven om het geïnfecteerde gebied grondig schoon te maken. Niet aangetaste voedingswaren kan je in blikken trommels bewaren, daar komen insecten niet bij. In sommige gevallen zal je nog een paar weken kevertjes zien rondlopen, maar wanneer ze geen voedingswaren meer hebben om hun eitjes in af te leggen, verdwijnt het probleem.

Vaak heb je gewoon pech wanneer er zich een insectenplaag voordoet in je huis. Maar in sommige gevallen kan je vermijden dat de problemen zich herhalen. Wanneer je bijvoorbeeld in vochtige ruimtes voor betere verluchting en dus een droger leefmilieu zorgt, zal je de vochtminnende insecten nooit meer terugzien!'


Is het niet veel makkelijker en beter om een bestrijdingsmiddel te gebruiken?

Hans Casteels: 'Bestrijdingsmiddelen zijn vaker niet nodig dan wel. Ik raad ze dan ook nauwelijks aan, een paar uitzonderingen daargelaten.

Alle materiaalparasieten zijn lastig. Wanneer houtwormen je vloer of meubilair opeten, zit er weinig anders op dan naar chemische producten te grijpen. Of beter nog: gespecialiseerde firma’s die het materiaal onder druk kunnen behandelen. Kleine aangetaste houten voorwerpen kan je net als etenswaren in de vriezer stoppen om alle leven binnenin te doden.

Hetzelfde geldt voor schade van de  tapijt- en pelskever. Kleine tapijten kan je wassen op minimum 60 graden Celsius. En de larven zoveel mogelijk opsporen, verzamelen en vernietigen. Bij grotere oppervlakten of zware aantasting dien je chemisch te behandelen.

Ik herinner me ook een man die last had van bedwantsen in zijn mobilhome. Deze huidirriterende beestjes bijten en zuigen net als een mug bloed om te overleven, maar eveneens voor eiwitten om de voortplanting te stimuleren. Zonder product krijg je ze bijna niet weg, omdat ze zich overdag verschuilen in minuscule kiertjes.

Ook heel vervelend zijn de schild-, dop- en wolluizen die het gemunt hebben op je kamerplanten. Ze komen in groten getale voor, de bladeren worden plakkerig door hun suikerhoudende uitwerpselen en ze zijn moeilijk te bestrijden. Hier heb je eigenlijk twee mogelijkheden: de plant wegdoen, of chemisch bestrijden.

Grotere tuincentra bieden een gamma ‘plaagdierbestrijdingsproducten’ aan – een mooi woord voor galgje! Het zijn altijd de zogenaamde ‘maag- en contactinsecticiden’, met andere woorden producten die inwerken op het zenuwstelsel van de insecten.

Insecten zitten soms verscholen op de meest onverwachte plaatsen en dan zijn we wel even zoet met de boosdoenertjes te zoeken. Zo hebben we eens een kolonie meel- en schimmelmijten (Tyrophagidae ) gevonden in de rubbers van een vaatwasser en op een Nespresso apparaat. Op zich niet zo vreemd, want het zijn vochtminnende mijten die bovendien goed gedijen bij hogere temperaturen!

En helaas houden insecten geen rekening met onze werktijden. Zo kwamen er een paar jaar geleden in transparante folie verpakte gedroogde vruchten (noten, rozijnen, vijgen e.a.) binnen vlak voor Kerstavond. De pakketjes waren door een grote firma aangekocht als relatiegeschenken, maar het krioelde van de larven en spinseldraden van de Indische meelmot (Plodia interpunctella). Jammer voor de cadeaus!'


Wat kan je zoal opmaken uit de insecten die burgers naar jou opsturen?

Hans Casteels: 'Vanalles! Het geeft mij bijvoorbeeld informatie over het kennispeil van de doorsnee burger over insecten. Sommige insecten zoals vliegen, wespen, mieren, muggen en lieveheersbeestjes zijn goed gekend, ik krijg er nauwelijks vragen over. Behalve wanneer ze in massale getale voorkomen zoals de herfstvlieg (Musca autumnalis). De voorraadbeschadigers en de vochtminnende insecten/mijten lijken het minst goed gekend.

Uiteraard loopt het kennispeil vrij uiteen. Je hebt mensen die panikeren zodra ze insecten in hun huis vinden en vooral willen weten hoe ze deze kunnen bestrijden enerzijds, en anderzijds de iets diervriendelijker ingestelden, die interesse hebben voor het aangetroffen insect en hun eigen identificatie graag bevestigd horen door mij.

Daarnaast krijg ik een beeld over de meeste voorkomende insecten. Dat blijken de voorraad- en vochtminnende soorten. De topper van de laatste jaren is het broodkevertje (Stegobium paniceum).

Of ik constateer dat bepaalde insecten die vroeger niet voorkwamen in Vlaanderen, geleidelijk of ineens hun intrede doen. De recentste voorbeelden zijn de Amerikaanse bladpootwants (Leptoglossus occidentalis) en de tijgerspin (Argiope bruennichi).'


Leer je zelf nog iets uit de vragen die gesteld worden via ikhebeenvraag.be?

Hans Casteels: 'Ja, heel wat vragen van het publiek zijn heel leerrijk voor mij. Meestal wordt om identificatie van een insect gevraagd en vaak is dit parate kennis. Maar niet altijd! Soms moet ik actief op zoek. In dat opzicht zorgt mijn rol op deze site automatisch voor verdere expertiseopbouw. Ik steek soms veel tijd en energie in een correct antwoord. Maar de oplossing en dus opgedane kennis blijft wel hangen (voor de volgende keer) ...'


Vind je dit een goed voorbeeld van samenwerking tussen burgers en wetenschappers?

Hans Casteels: 'Voor mijn gevoel werken burgers en wetenschappers hier inderdaad samen. De burgers stellen hun vraag. Ze zijn sowieso geïnteresseerd, aangezien ze de moeite doen om de vraag te stellen. De wetenschapper biedt zijn parate kennis aan of zoekt naar een antwoord/oplossing, en leert op die manier weer bij. Het is een vorm van symbiose, waarvan beiden beter worden!'

 

Interview: Geertje Meire.

 

Overige wetenschapen

© 2008-2017
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen