Kunt u mij in duidelijke taal uitleggen wat een genetische code is?
Antwoord
Beste Luelle,
De genetische code zit in DNA: dit is de code bepaald door de opeenvolging van nucleotiden (dit zijn de monomere bouwstenen van de polymere DNA-streng). Nucleotiden zelf bestaan uit een fosfaat, een desoxyribose-suikerderivaat die aan mekaar gebonden zijn en aan het volgende of het vorige nucleotide en een base. Voor deze base zijn er in DNA 4 mogelijkheden A, T, G of C (andere chemische structuren).
Dit is in het kort de opbouw van een enkele streng van het DNA met de genetische code voor een aantal eiwitten (en een aantal RNA moleculen) erop. De streng is dus een hele lange polymeerketen van suiker-fosfaat-opeenvolgingen waar telkens een base-letter aan vast hangt. De code zit in de basevolgorde:
Een enzym (eiwit, namelijk RNA polymerase) is in staat deze code af te lopen op zoek naar een beginplaats (promotor genoemd). Vanaf daar begint het enzym de basevolgorde (wat het ook is) over te schrijven naar een nieuw gesynthetiseerd polymeer (RNA-molecule). RNA gelijkt erg goed op DNA, alleen het suiker verschilt: ribose in plaats van desoxyribose en geen T maar U als base. Het enzym stopt met overschrijven bij een stop-sequentie. Zo krijg je enkelstrengige RNA-kopies van het DNA.
Deze RNA-kopie met de code (nog altijd allemaal basen na elkaar op een ruggegraat van fosfaat-suiker-polymeer) gaat vervolgens naar een ribosoom. Dit ribosoom bindt het RNA op de ribosoom-bindingsplaats: ook weer, juist een aantal letters op het RNA in een welbepaalde volgorde die herkend en gebonden wordt door het ribosoom, zodat het ribosoom 'weet' waar te beginnen op de code om een eiwit te maken. Het eiwit bestaat uit aminozuren aan elkaar, met een keuze uit 20 verschillende stuks.
Welke aminozuur uit deze 20 gekozen wordt, wordt door een codon op het RNA bepaald. Een codon is een volgorde van 3 base-letters op het RNA, vertrekkend vanaf het eerste startcodon (AUG) na de ribosoombindingsplaats en vanaf dan de letters op het RNA, zonder een over te slaan of zonder eentje dubbel te nemen, telkens per 3 (= 1 codon) te nemen. Bij ieder codon hoort één van de 20 aminozuren.
Wanneer de juiste aminozuren in volgorde aan elkaar gemaakt zijn door het ribosoom is het eiwit, mits nog wat na-polijsten, klaar om zijn functie uit te voeren. De code op het DNA (basevolgorde) is eerst overgeschreven (transcriptie door RNA-polymerase) in RNA en nadien vertaald (translatie door ribosomen) tot aktieve eiwitten.
met vriendelijke groeten,
Deze vraag werd beantwoord door:
ir. Myriam Meyers
docent
| Katholieke Hogeschool Limburg |





