horen de meeste weteschappers bij de gelovigen of bij de ongelovigen
Het is om te weten of de weteschappers(of de meeste hiervan)door hun kennis en hun zoek aktie GOD gevonden hebben(of iets gevonden die wijst naar het bestaan van GOD).
Antwoord
Beste Nasaj Ibrahim,Om eerlijk te zijn weet ik ook niet goed welke van mijn collega's gelovig zijn en welke niet. Voor zover ik weet is er nooit een enquête gevoerd onder wetenschappers om te bepalen hoeveel er gelovig zijn en hoeveel niet. Het is natuurlijk al een vraag wat je onder gelovig en ongelovig verstaat, en of je die tweedeling wel zo sterk kan maken.
Ik kan natuurlijk niet spreken voor al mijn collega's. Ik kan u wel mijn persoonlijke visie geven. Ik weet niet of het mogelijk is in dit systeem van vraag en antwoord, maar ik nodig mijn collega's ook van harte uit hierover mee in debat te treden en hun visie toe te lichten.
Ik ben wetenschapper, maar ik zie mijn taak niet als het zoeken naar een God. Ik zie mijn taak als het zoeken naar kennis, met de bedoeling om de wereld te begrijpen, nieuwe technologie te ontwikkelen om mensen te kunnen helpen, ...
Dit staat voor mij volledig los van de beleving van spiritualiteit of geloven. Wetenschap en godsdienst kunnen volgens mij uitstekend naast elkaar bestaan, zij bieden immers antwoord op fundamenteel andere vragen. De wetenschap tracht antwoorden te bieden op vragen naar kennis, op een manier die duidelijk logisch en bewijsbaar is. Het geloof tracht antwoorden te bieden op existentiële vragen, vragen naar de zin en het wezen van het bestaan, onszelf en de interactie met onze wereld. Dit is een heel ander soort vragen, die ook wetenschappelijk niet beantwoord kunnen worden. Samengevat: de wetenschap tracht aan de praktische noden van de mensen tegemoet te komen, het geloof aan de spirituele noden. Beide zijn volledig gescheiden. Er zijn in de geschiedenis bovendien zeer veel voorbeelden bekend van uitmuntende wetenschappers die zeer gelovig waren, of ook spirituele leiders die tegelijk goede wetenschappers waren.
Ik ben er vrij hard van overtuigd dat de wetenschap niet in staat is om àlles te verklaren. Hiervoor beroep ik mij graag op de eerste onvolledigheidsstelling van Gödel (hoewel die slechts over wiskunde gaat en niet over de wetenschappelijke methode an sich, maar: wiskunde is wel de grondslag van de meeste wetenschappen).
De zaken die niet verklaarbaar zijn op wetenschappelijke manier, ineens gaan toeschrijven aan een enkele God, is voor mij echter een stap te ver. Ik houd het liever bij wat ik weet, namelijk dat ik het niet weet. Deze visie staat bekend als een agnostische (niet te verwarren met een atheïstische). Ik neem hierbij voldoening met de wetenschap dat ik niet alles weet, en ook nooit alles zal weten. Ik pretendeer dan ook niet te weten of er een God is, of meerdere Goden, met of zonder wil, en ik weet al zeker niet wat Hij/Zij dan wel zou(den) willen.
Als ik uw vraag zeer letterlijk neem, dan moet ik zeggen, nee, God heb ik door mijn kennis (nog?) niet gevonden. Ik kom momenteel uit op wat ik 'het Ongewetene' zou kunnen noemen. Maar ik vraag mij af, uw God, mijn Ongewetene, misschien heeft dat wel enkele raakvlakken?
Deze vraag werd beantwoord door:
drs. Joachim Ganseman
doctoraatsstudent
| Universiteit Antwerpen |
Meer info
Gerelateerde vragen
Enkel de vraagsteller en de wetenschappers kunnen reageren op deze vraag en het antwoord.





