Ik heb een vraag - homepage

Hoe komt het dat lapjeskatten bijna altijd (of altijd?) vrouwelijk zijn?

pijl05/06/2008 - christine (48 jaar)

BiologieContext van de vraag:

We hebben twee wilde katten geadopteerd en een thuis gegeven in een stal bij ons paard. In het dierenasiel vertelde men ons dat lapjespoezen altijd vrouwtjes zijn; eigenaardig (genetisch?) verschijnsel? Maar hoe kan dat dan? Lapjes kunnen dus niet anders dan kruisen met niet-lapjes katers? Hoe kan dan de lapjeskat blijven voorbestaan? En waarom komen er geen mannelijke lapjeskatten voor?


Antwoord

Beste,

Het fenomeen van de gevlekte vachtkleur bij de lapjeskatten is een voorbeeld van wat men 'X-chromosoom inactivatie' noemt of (meer algemeen) 'dosiscompensatie'. Dit fenomeen treedt op bij zoogdieren die twee X-chromosomen hebben en dat zijn inderdaad meestal vrouwtjes. Nu is het zo dat bij individuen met twee of meer X-chromosomen er altijd maar één X-chromosoom 'actief' is, de andere X-chromosomen worden letterlijk uitgeschakeld (geïnactiveerd). Dit betekent dat de genen op die geïnactiveerde X-chromosomen ook niet tot expressie komen, m.a.w. de allelen op die genen kunnen geen bijdrage leveren tot het fenotype. Kortom in individuen met twee of meer X-chromosomen kunnen alleen de genen en allelen op het actieve X-chromosoom het fenotype bepalen. MAAR... de inactivatie van de X-chromosomen gebeurt willekeurig in elke cel afzonderlijk van een embryootje (zygote) ongeveer 16 dagen na de bevruchting van de eicel. Dus in sommige cellen wordt het eerste X-chromosoom uitgeschakeld en in andere cellen zal het andere X-chromosoom worden uitgeschakeld. Eens een bepaald X-chromossom is uitgeschakeld, blijft het uitgeschakeld voor de rest van het leven én ook in alle dochtercellen die nadien uit die cel ontstaan.

Wat betekent dit alles nu voor lapjeskatten? Wel in katten wordt de vachtkleur o.a. bepaald door een gen dat zich op de X-chromosomen bevindt. Dat gen kan nu twee allelen dragen, nl. een allel voor de oranjegele kleur en een allel voor zwart. Een lapjeskat is 'heterozygoot' voor dit gen, dit betekent dat ze de twee allelen tesamen heeft: één allel op het eerste X-chromosoom en het tweede allel op het andere X-chromosoom. Maar 16 dagen na de bevruchting wordt dus in elke lichaamscel van het lapjeskatembryo telkens willekeurig één van beide X-chromosomen uitgeschakeld. In sommige cellen zal dat dus het X-chromosoom zijn met het allel voor oranjegeel, terwijl in de andere cellen dat het X-chromosoom met het allel voor zwart zal zijn. Het embryo wordt daardoor een mozaiek van cellen met het allel oranjegeel (cellen waarin het allel zwart werd uitgeschakeld) en cellen met het allel zwart (cellen waarin het allel oranjegeel werd uitgeschakeld). Vermits de dochtercellen van die cellen dezelfde inactivatietoestand hebben als hun moedercel, krijg je dus een dier met oranjegele zones en zwarte zones, m.a.w. het lapjeskat fenotype!

Kattinnen die homozygoot zijn, die dus twee dezelfde kleurallelen dragen, zijn dus ofwel volledig zwart ofwel volledig oranjegeel: daar zal de inactivatie van X-chromosomen immers niet tot een mozaiek kunnen leiden vermits er maar één type van kleurallel aanwezig is. Ook katers zijn voor dit gen dus ofwel volledig zwart ofwel volledig oranjegeel. Katers hebben immers, net zoals alle normale mannen, maar één X-chromosoom en dat wordt uiteraard niet uitgeschakeld! Er bestaan echter wél abnormale mannetjes met bv. een XXY genotype (bij de mens noemt men deze afwijking het Klinefelter syndroom). Deze mannetjes zijn echter steriel en kunnen zich niet voortplanten, maar als ze heterozygoot zijn voor de twee allelen oranjegeel en zwart, dan zullen zij wel het lapjeskat fenotype ontwikkelen.

In het algemeen zijn vrouwtjes dus eigenlijk mozaiek fenotypes voor alle X-gebonden genen in heterozygote toestand. Dat is dus ook zo bij de mens, ook al merken we daar dikwijls niets van!

Kortom, lapjeskatten zijn perfect normaal en kunnen zonder probleem met andere katten kruisen, inclusief niet-lapjeskat katers, en om een lapjeskat te doen ontstaan volstaat het dus om gewoon bv. een zwarte kater te kruisen met een oranjegele kattin (of omgekeerd), maar ook een kruising tussen een lapjeskat en een normale kater zal in 25% van de nakomelingen lapjeskatten opleveren.

Nog één ding: er komen nog andere, niet X-gebonden genen tussen in het bepalen van de vachtkleur van katten. Zo hebben heel wat lapjeskatten ook nog witte zones in hun vacht. Die witte kleur wordt echter door een ander gen bepaald, dat niet op het X-chromosoom ligt.

Hopelijk geeft deze uitleg een antwoord op je vraag.


Mvg,
Thierry Backeljau

Deze vraag werd beantwoord door:
dr. Thierry Backeljau
Werkleider geaggregeerde

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen
Universiteit Antwerpen
Universiteit Antwerpen
 
Enkel de vraagsteller en de wetenschappers kunnen reageren op deze vraag en het antwoord.